Top

passende aanraking

Wat is een passende aanraking in de zorg?

Mag je als zorgverlener je patiënt een warme knuffel geven? Of is een voorzichtig schouderklopje beter? Wat is eigenlijk een ‘passende aanraking’ in de zorg?

Dit zijn vragen die verpleegkundige Sylvia Rave bezighouden. Zij deed hier onderzoek naar door middel van een literatuuronderzoek en interviews met zorgverleners. In het artikel ‘Aanraken als verpleegkundige interventie in de ggz. Een passende aanraking’, dat onlangs gepubliceerd werd in TVZ- Tijdschrift voor verpleegkundige experts, presenteert zij de resultaten van haar zoektocht. Wij van de webredactie van Zorgethiek.nu zijn nieuwsgierig: wie is Sylvia Rave, en wat is haar visie op aanraking in de zorg? Lees het in dit interview!

Professionele nabijheid

Sylvia, zou je ons wat meer willen vertellen over je achtergrond: wie ben je en wat doe je?

Natuurlijk! Ik ben 38 jaar en woon met mijn gezin in Utrecht. In 2013 heb ik een carrièreswitch gemaakt van beleidsmedewerker milieu bij de overheid, naar verpleegkundige in de GGZ. Ik wilde niet alleen met m’n hoofd werken, maar ook met m’n hart. Inmiddels werk ik ruim twee jaar op een afdeling voor mensen met persoonlijkheidsproblematiek, angst- en stemmingsklachten, waar psychotherapeutische groepsbehandeling plaatsvindt.

Ik ben een open en betrokken verpleegkundige en reflecteren is mijn tweede natuur, heel handig bij groepstherapie. De term ‘professionele nabijheid’ past bij mij, zo gelijkwaardig mogelijk in het contact en altijd bezig met de vraag: wat is goede zorg voor deze patiënt op dit moment? En wat kan ik daaraan bijdragen?

Wat was voor jou persoonlijk de aanleiding om onderzoek te willen doen naar de vraag wat een passende aanraking is binnen de geestelijke gezondheidszorg?

Tijdens een les communicatie op de HBO-V werd ons verteld op te passen met nabijheid. Iets wat ik niet zo goed begreep, want verpleegkundigen staan toch dichtbij patiënten? Toen ik in de praktijk ging werken als leerling-verpleegkundige merkte ik dat aanraken helpend kan zijn, dat een aanraking soms meer zegt dan woorden. Zeker bij ouderen merkte ik dit, maar ook bij volwassenen die verdrietig of angstig waren.

V&VN Dilemma: Knuffelverbod?

Tijdens mijn zoektocht naar een geschikt onderwerp voor mijn artikel, stuurde mijn moeder mij het artikel ‘Verpleger ontslagen om knuffel‘ uit het Dagblad van het Noorden. Vooral de eerste reactie van de inspectie maakte mij boos: “een professionele houding betekent fysieke distantie”. Dat kon toch niet waar zijn? Dat is toch geen kwaliteit van zorg? Diezelfde dag nog stond mijn besluit vast onderzoek te doen naar aanraking in de GGZ.

Aanraking

In je artikel lezen we dat het aanraken van patiënten door zorgverleners problematisch kan zijn. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van trauma. Aanraking kan dan bedreigend zijn, schrijf je, en zorgverleners zijn dan ook vaak terughoudend in het aanraken van hun patiënten. Wanneer is aanraking juist wèl belangrijk en zinvol, en wat kan het dan betekenen voor de patiënt?

Een aanraking kan heel veel betekenen, maar daarvoor is afstemming en vertrouwen nodig tussen de patiënt en de verpleegkundige. Je kunt het niet zomaar doen. Voor beiden moet het veilig zijn en voor de patiënt moet het helpend zijn. Een aanraking kan veiligheid bieden als iemand bang is. Een aanraking kan troost bieden als iemand verdrietig is. Door een aanraking kan je iemand laten voelen: ‘je bent niet alleen’. Aanraken kan verbindend werken als woorden tekort schieten.

Je concludeert in je artikel dat ‘professionaliteit’ nodig is om een inschatting te kunnen maken of aanraking passend is. (hoe) kunnen verpleegkundigen dit leren?

Door inzicht te krijgen in jezelf, tijdens een opleiding, maar ook op de werkvloer bij intervisie en afstemming met collega’s op het werk. Waarom wil ik iemand wel of niet aanraken? Wat zegt dat over mijn gevoelens in het contact? Wat zijn mijn normen, waarden, intenties en behoeftes?

Daarnaast is empathie nodig, kun je de ander aanvoelen en openstaan voor signalen of aanraken gepast is, of juist ongepast. Dit verschilt per persoon, maar bewustzijn hiervan kan je leren.

Deze professionaliteit is trouwens nodig bij alles wat je als verpleegkundige doet. Bij alles wat je als verpleegkundige doet neem je jezelf mee, moet je rekening houden met de patiënt en de context. Wanneer stel je een grens, waarom irriteert iemand je, hoeveel ruimte geef je iemand?

Maak het bespreekbaar

De vraag wanneer aanraking gepast is, lijkt dus een zoekproces te zijn waarin de verpleegkundige steeds rekening moet houden met heel veel factoren met betrekking tot de patiënt, de verpleegkundige zelf, en de bredere context van de zorgrelatie. Er wordt dus nogal wat gevraagd van verpleegkundigen. Op welke ondersteuning, en van wie, zouden zij volgens jou moeten kunnen rekenen?

Naast intervisie, reflectie en onderwijs, is het belangrijk dat het onderwerp bespreekbaar is. Maak het bespreekbaar met de patiënt, maar ook met je team. Daarvoor is een open cultuur nodig, juist om de zorg veilig te maken. De manager heeft hier een rol in, maar eigenlijk is dit de verantwoordelijkheid van elk teamlid, zeker ook de verpleegkundige zelf.

Hoe ga jij zelf om met het aanraken van patiënten? En hebben de inzichten die het onderzoek je opleverde daar nog invloed op gehad?

Door mijn onderzoek heb ik geleerd stil te staan bij mijn eigen intentie iemand aan te raken. Soms was dit vanuit mijn eigen machteloosheid omdat ik niks anders kan doen. En soms vanuit mijn eigen behoefte, terwijl ik de behoefte van een ander niet altijd checkte. Door dit inzicht ben ik veel bewuster wanneer ik iemand wel of niet aanraak.

Als verpleegkundige sta ik naast patiënten in een heel kwetsbaar proces. Een proces van patronen doorbreken, pijn onder ogen zien, trauma’s bespreekbaar maken, gevoelens delen. Af en toe vraagt een patiënt een knuffel bij het afscheid, uit dankbaarheid of verbondenheid. Als het goed voelt geef ik een knuffel, ik voel die verbinding dan vaak ook. Uit mezelf geef ik nooit een knuffel. Oh nee, dat heb ik één keer gedaan, toen een patiënt (die ik goed kende) net had gehoord dat haar moeder was overleden. Ik kon toen niks anders doen dan haar omhelzen, zonder woorden. Dat vroeg ik wel eerst, want dat is iets wat ik heb geleerd door mijn onderzoek.

Zorgethisch perspectief

Ervaringen en behoeften van patiënten wat betreft aanraking in de zorg zijn nog niet betrokken in dit onderzoek. We zijn vanuit een zorgethisch perspectief ook erg benieuwd naar de geleefde ervaring van patiënten. Ga je nog vervolgonderzoek doen?

Onderzoek met patiënten kon helaas niet op de HBO-V, uit ethisch oogpunt moet dit via de medisch ethische toetscommissie, waar geen tijd voor was. Vervolgonderzoek zou heel mooi zijn. Wie weet als ik nog een vervolgopleiding ga doen.

, , , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie