Top

kleuren

Kleuren en smaken in de ethiek

Tijdens het congres Tijd voor palliatieve zorg op 14 november 2013 ging Carlo Leget in op de ethiek in de palliatieve zorg. Voor deze editie van Bijzijn XL schreef hij alvast een voorproefje op zijn congrespresentatie.

En wat zegt de ethiek daarvan?’, hoor ik nog wel eens op een symposium wanneer ik ben uitgenodigd als ethicus. Het eerste wat dan door mij heen schiet, is de vraag ‘welke ethiek?’ Want zoals je zoete en zoute drop hebt, witte en bruine rijst, pils en speciaal bier, zijn er ook vele soorten en smaken in de ethiek. Het klinkt misschien een beetje vreemd, want als iets ethisch goed of fout is, dan zou je toch denken dat dit altijd en overal zo is? Dat zou je denken ja. Maar zelfs over deze kwestie verschillen ethici van mening.

Sommige ethici menen inderdaad dat goed en kwaad overal en in alle tijden op de wereld hetzelfde is. ‘Gij zult niet doden’, ‘gij zult niet stelen’, ‘gij zult niet liegen’.
Andere ethici hebben hier serieuze vragen bij. Want waarom zou je niet mogen doden als iemand daar zelf om vraagt omdat hij ondraaglijk lijdt? En mag je niet stelen als je in een onrechtvaardig land leeft en geen eten hebt voor je kinderen? En zou je echt niet mogen liegen wanneer je door een slecht regime gemarteld wordt?

Doorgaand gesprek

Je zou de ethiek dus kunnen zien als een doorgaand gesprek over wat goed en wat niet goed is. En in dat gesprek zijn heel verschillende visies op het leven te ontdekken. Dat maakt ethiek ook zo boeiend. We delen allemaal dezelfde lichamen, met dezelfde samenstelling tot op celniveau. Maar blijkbaar kun je ons leven op totaal verschillende manieren beleven en begrijpen.

Die verschillende manieren van kijken naar goed en kwaad worden in de ethiek ‘morele tradities’ of ‘ethische theorieën’ genoemd. En die zijn spannender naarmate er meer op het spel staat. Wat dan meestal een grote rol speelt, is de manier waarop naar de mens wordt gekeken. Een zelfde feit of werkelijkheid kun je namelijk op verschillende manieren bekijken.

Ik laat studenten wel eens een foto zien van een klompje cellen in een schaaltje. Ik vraag ze dan: ‘Wat zien jullie nu? Gewoon een klompje cellen dat je door de gootsteen kunt spoelen? Of misschien het prille begin van een toekomstige Nobelprijswinnaar van het jaar 2060?’ Beide antwoorden kunnen goed zijn, ze hebben een nogal verschillende uitwerking op hoe je met dat klompje cellen omgaat. Want wie zou er een toekomstige Nobelprijswinnaar door de gootsteen spoelen?

Cultureel gevormd

Verschillende ethische theorieën beschrijven de werkelijkheid op verschillende manieren. En zo wordt al voorgesorteerd hoe we met ethische vragen en morele dilemma’s omgaan. Is dat dan puur subjectief? En valt er over ethiek uiteindelijk niet te twisten, zoals ook over smaken niet te twisten valt? De een houdt van zoete drop, de ander van zoute. Er zijn mensen die daar zo over denken. Maar echt overtuigend vind ik dat niet.

Want de manier waarop we naar de werkelijkheid kijken, en aan welke dingen we veel waarde toekennen en aan welke dingen niet, besluiten we niet in ons uppie. Dat wordt voor een belangrijk deel gevormd door de cultuur en de omgeving waarin we leven. En toch valt het daar ook niet helemaal mee samen. Ook in de Nazitijd waren er in Duitsland mensen met gewetensbezwaren die hun leven gaven voor een rechtvaardigere wereld. En zo zijn er in iedere cultuur voorbeelden te geven van mensen die een zuiver gevoel hebben voor het afzakken van een cultuur.

Hoofd en hart

Daarmee heeft ethiek iets ongrijpbaars. Het lijkt te ontglippen aan de tweedeling tussen objectief en subjectief. Het is ook niet een kwestie van ‘de meeste stemmen gelden’ of ‘de grootste schreeuwer krijgt gelijk’. Ethiek beweegt zich op een terrein waar mensen meer of minder gevoelig voor kunnen zijn, wat op sommige momenten duidelijker kan zijn dan op andere, maar wat ons uiteindelijk steeds weer ontglipt. Dat maakt het gesprek tussen de verschillende morele tradities en ethische theorieën ook zo belangrijk. Dat betekent dus uiteindelijk dat een ethicus nooit onpartijdig is.

En daarmee zijn we weer terug bij de beginsituatie in het forum. Als ik zo’n vraag krijg, is mijn eerste zin altijd: ‘Dat hangt er vanaf welke ethische theorie je het meest overtuigend vindt’. Ik zelf ben veel bezig met zorgethiek. Een stroming die naar goed en kwaad kijkt door een heel specifieke bril. Die bril past goed bij het thema waar ik het meest mee bezig ben als ethicus: de palliatieve zorg. Hoe dat er dan concreet uitziet, zal ik uitleggen op 14 november tijdens het congres Tijd voor palliatieve zorg in de Jaarbeurs in Utrecht. Ik zal daarbij ook duidelijk maken dat zorgethiek een kwestie van hoofd en hart is. Als u er bent, ga ik graag met u in gesprek. Want ethiek is een doorgaand gesprek dat nooit af is.

Deze column verscheen eerder in Bijzijn XL. (nr. 9– 2013, p.17)

, , , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie