Top

Mohammed Ghaly

Wie buiten wordt gesloten, doet niet aan orgaandonatie

Het zou mooi zijn als moslims hun organen doneren, maar het is wel begrijpelijk dat ze dat niet doen in een maatschappij dat hun afwijst, meent Mohammed Ghaly

Binnenkort verschijnt Draagvlak voor orgaandonatie: Kennis, houding en het gedrag van Nederlanders, het meest recente onderzoek over orgaandonatie verricht door Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ)-Donorvoorlichting. In het onderzoek werden 1.047 Nederlanders, van verschillende leeftijd, geslacht, opleiding en etniciteit, geïnterviewd.

Het onderzoek zegt dat er een degelijk draagvlak is voor orgaandonatie onder Nederlanders. Echter is er nog winst te behalen onder “allochtonen”. Volgens het onderzoek zijn zij minder vaak donor en minder vaak geregistreerd in het Donorregister. Ook lijken ze wat minder kennis te hebben en minder positief te zijn over donatie. Hun “minder positieve houding lijkt (deels) te maken te hebben met onzekerheid over het standpunt van hun religie.”

Informeren

Ontevredenheid in Nederland over de houding van allochtonen met een islamitische achtergrond ten opzichte van orgaandonatie dateert al uit de jaren negentig. Toen werd allereerst een duidelijk accent gelegd op de behoefte die onder deze groep zou bestaan aan meer informatie. Waarnemers spraken van culturele en taalkundige barrières. Deze benadering werd later echter bekritiseerd. Men voerde aan dat orgaantransplantatie allesbehalve onbekend is in landen als Marokko en Turkije. Ook bleek uit verschillende rapporten dat het aantal donoren binnen deze groepen nauwelijks was gestegen, nadat relevante informatie in de eigen talen beschikbaar was gekomen. Toch stelt dit recente onderzoek dat deze groepen (anno 2009) nog steeds minder goed geïnformeerd zijn. Men kan dus concluderen dat er behoefte bestaat aan meer (innovatieve) instrumenten om deze groepen te bereiken. Hierbij wordt wel gedacht aan de moskeeën, vrijdagsgebedsdiensten en studentenverenigingen waarin Turken en Marokkanen actief zijn.

Religieuze gronden

Aan het begin van deze eeuw voltrok zich een duidelijke verschuiving in het discours over orgaandonatie. Het was nu niet meer uitsluitend de aanwezige kennis, maar vooral ook de eigen levensbeschouwing die de mensen zou aan- of ontmoedigen om hun organen te doneren. Uitspraken uit 2005 van de toenmalige Minister van Volksgezondheid, Hans Hoogervorst, benadrukten de rol van de islam, wel te verstaan in negatieve zin: “Met name moslims op religieuze gronden weigeren hun organen af te staan, maar willen die wel ontvangen als ze ziek zijn.” Van islamitische zijde is hierop kritisch gereageerd, bijvoorbeeld door Ahmed Marcouch, toenmalig bestuurslid van de Unie Marokkaanse Moskeeën Amsterdam en Omstreken (UMMAO). Het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) organiseerde een conferentie in januari 2006 waarbij moslimgeleerden waren uitgenodigd, met name uit Marokko en Turkije. De conferentie concludeerde dat de islam positief staat tegenover orgaandonatie. De slotverklaring van de conferentie werd overgenomen in de NIGZ-brochures over donorvoorlichting die ook in het Arabisch en Turks beschikbaar zijn.

Orgaantransplantatie is niet onbekend bij moslims

Volgens dit recente onderzoek van NIGZ meent slechts 4% van de ondervraagden dat religie negatief staat tegenover orgaandonatie. Thans benadrukt het onderzoek echter dat de “onzekerheid over het standpunt van de religie” (deze keer dus niet de “religie” zelf) nog als een struikelpunt moet worden beschouwd. Daarom zou toch nader onderzoek rond het thema islam en orgaandonatie vereist blijven.

Solidariteit en altruïsme

Mijn mening is dat een nieuwe shift met een bredere aanpak thans aan de orde is. Ongetwijfeld blijft goede informatie over orgaantransplantatie en over standpunten binnen de eigen religie van belang. Maar het is naïef te denken dat we dan kunnen rekenen op een stroom van moslimdonors! Als een moslim, of welk andere mens dan ook, zich niet voelt en ook niet gedraagt als volwaardig burger met alle rechten en plichten die daarbij horen, is de kans dat deze persoon een orgaandonor wordt zeer gering. Hier zijn twee ethische begrippen van essentieel belang om de door mij bedoelde bredere aanpak voor orgaandonatie te kunnen bevorderen.

Het eerste begrip is solidariteit die onmisbaar is in dergelijke situaties in de samenleving zodat de verschillende leden bereid kunnen zijn om elkaar te helpen. Een gewoon mens aan wie een baan wordt onthouden omdat hij Marokkaan of Turk is, zal zijn organen niet afstaan aan de andere leden in de samenleving die hij als racistisch zou beschouwen. Een gewone moslim zal ook zijn organen niet doneren die eventueel zouden gaan naar iemand die zijn heilige boek vergelijkt met Mijn Kampf en zijn Profeet met Hitler.

Het tweede begrip is altruïsme. De imams in Nederland en ook de anderen die namens de islam spreken moeten hieraan meer aandacht besteden. Degenen die hun identiteit ontlenen aan de islam dienen te weten dat levens redden en zorgen voor het welzijn van anderen, ongeacht hun religieuze identiteit, behoren tot de kernwaarden in de islam. Zonder een dergelijke bredere aanpak zullen we nog lang muurvast zitten met de orgaandonatieproblematiek.

Dr. Mohammed Ghaly is universitair docent, islamitische theologie, universiteit Leiden. Ghaly doceert en verricht ook onderzoek over islamitische biomedische ethiek vooral met betrekking to moslims in the Westen.

Bron: NRC Handelsblad, 21 september 2009, p. 7.
Foto: CILE center

, , , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie