Top

EAPC

EAPC whitepaper vrijwilligers in palliatieve zorg

Onlangs publiceerde het European Journal of Palliative Care (EJPC) een whitepaper 1)Goossensen, A., Somsen, J., Scott, R., Pelttari, L. (2016). EAPC White paper: Understanding volunteering in hospice and palliative care. EAPC Onlus. over het vrijwilligerswerk in de palliatieve zorg. In 2013 werd door het European Association for Palliative Care (EAPC) een internationaal Taskforce opgericht. Het doel was in Europees verband het gezamenlijk opstellen van een visie, definities en typologieën van hospices, de palliatieve zorg en vooral het onderzoeken van de rol, positie, identiteit en waarde van de vrijwilligers.
De Taskforce concludeert dat het vrijwilligerswerk gezien moet worden als een relationele activiteit. De centrale en belangrijkste waarde van het vrijwilligerswerk in de palliatieve zorg is ‘gewoon’ het ‘Er zijn‘ voor de patiënten, maar ook de familie en hun naasten.

Een belangrijke bijdrager aan deze whitepaper is prof. dr. Anne Goosssensen. Ze zegt over de publicatie:

“Het is een grote inspanning geweest om alle betrokken landen op één lijn te krijgen, qua visie op vrijwilligerswerk in de palliatieve zorg. Dat dat is gelukt en deze publicatie is gerealiseerd, is echt een mijlpaal in het werk van de internationale EAPC Taskforce on Volunteering in Hospice and Palliative Care. Het is een voorbeeld van hoe een heel veld, door de dialoog aan te gaan over de visie op zorg, een bepaalde (zorgethische) kant op kan worden bewogen.”

Rollen

De Taskforce is gekomen tot een gezamenlijke definitie van vrijwilligerswerk in de palliatieve zorg. Dit vrijwilligerswerk bestaat uit het aanbieden van tijd op vrijwillige basis, zonder financiële prikkel, binnen een georganiseerde structuur, niet bestaande uit sociale of familierelaties. Hun doel is het verbeteren van de kwaliteit van leven van patiënten met een beperkte levensverwachting en hun naasten.

Er worden drie vormen van vrijwilligerswerk onderscheiden:

  • Professionals die hun expertise onbezoldigd aanbieden.
  • Individuen vanuit de omgeving/gemeenschap die hun tijd aanbieden en een brug vormen tussen het dagelijks leven en professionele zorg.
  • Vrijwillige bestuurders.

De werkzaamheden kunnen bestaan uit directe patiëntcontact tot ondersteunende diensten en rollen. De organisaties van de hospices zijn afhankelijk van de vrijwilligers en deze hebben een unieke eigen rol in die organisatie, naast professionele zorg en mantelzorg of zorg van familieleden.

Er zijn

Het concept van ‘Er zijn’ (of ‘Being there’, of ‘Dasein’) – ook de kernwaarde van de Nederlandse koepel voor vrijwilligers in de palliatieve terminale zorg, zoals in hospices – is te begrijpen via een beschrijving van de Asklepische traditie zoals beschreven door Randall en Downie (2006). Zij beredeneren dat palliatieve zorg heeft zich ontwikkeld vanuit verschillende klassieke tradities; de Asklepische en de Hippocratische. De moderne geneeskunde zich heeft ontwikkeld vanuit de Hippocratische traditie; rationeel en wetenschappelijk. De Asklepische traditie is meer gericht op verlichting, rust en heling van binnenuit. 2)Leget, C., Ettema, E. Kwaliteit van Leven in de palliatieve zorg. Waar hebben we het over. TGE. Jaargang 24, nr 3, pp. 71-75.

Vanuit deze Asklepische traditie kan het vrijwilligerswerk worden begrepen, als een sociale activiteit met een focus op de waarde van de relatie en interacties. Het staat voor een rustige afwachtende houding, luisterend en rekening houdend met de integriteit van de patiënt, in zijn geheel en relaties: de kern van ‘Er zijn’.
Een van de aanbevelingen in de whitepaper richt zich dan ook op het verder onderzoeken van deze dimensie van zorg.

Vervolgonderzoek

Tot voor kort werd vooral onderzocht waaróm vrijwilligers hun werk doen en wat voor activiteiten dat zijn. Deze whitepaper doet een eerste stap in een theoretische duiding van het vrijwilligerswerk rondom het sterven. Het relationele ‘Er zijn’, dat nu onderschreven wordt vanuit alle participerende Europese landen, biedt inspiratie voor verdere praktijkontwikkeling, maar is vooral van groot belang voor de theoretische kadering van vrijwilligerswerk in richtlijnontwikkeling en in kwaliteitsbevordering in de palliatieve zorg.
Het maakt duidelijk waarom richtlijnen, protocollen en competentiegericht scholen niet de kern van dit type vrijwilligerswerk raken. En het belicht de noodzaak van kwaliteitsreflecties die op een relationeel zorgconcept zijn gebaseerd.

Referenties   [ + ]

 

, , , , , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie