Top

uitnodiging tot dialoog

Uitnodiging tot dialoog

Maandagochtend, half 9. Ik sta achter een statafel in de gang van FPC Dr. S. van Mesdag, een tbs kliniek. Iedereen die langsloopt nodig ik uit tot een dialoog. Ik wil een beetje af van ‘het elkaar aanspreken’, of ‘de ander overtuigen’. Vandaar de aandacht voor een meer onderzoekend gesprek. Op mijn plekje komen ook veel patiënten langs.

Voor mij op de statafel staan snoepjes in de vorm van mondjes. Om de nieuwsgierigheid te wekken, en als symbool voor de dialoog. Patiënt X, laat ik hem Sandro noemen, komt voorzichtig op mij af. Hij wil wel een snoepje, en hij wil ook wel even met mij praten. We hebben elkaar nog nooit eerder gesproken, maar kennen elkaar wel uit de wandelgangen.

‘Wat is volgens jou een dialoog?’

Sandro zegt bedachtzaam: ‘In de eerste plaats is het belangrijk de ander te respecteren, en dat er wederzijds respect is. Een dialoog is niet hiërarchisch, er moet wisselwerking zijn’.

Sandro geeft een mooie beschrijving van een dialoog, maar hij geeft tegelijk aan dat hij vaak het gevoel heeft dat de dialoog tussen hem als patiënt en medewerkers niet tot stand komt: ‘er wordt te veel over ons gepraat en te weinig met ons.’

Ik vraag mij af hoe het is om zo ‘afhankelijk’ te zijn, en ik vraag het aan Sandro.
Zo komt Sandro op de vergelijking met de kakkerlak, en hij zegt: ‘Alles wat ik zeg is gekleurd door diagnostiek en symptomen, terwijl je gelijk kunt hebben.’

‘Ik heb de onderhandelingspositie van een kakkerlak die op zijn rug ligt’.

Sandro krijgt niet vaak gelijk. Hij is een tbs-patiënt, hij wordt opgesloten en is in behandeling om beter met zijn frustraties om te leren gaan. Hij heeft een ernstig delict gepleegd in het verleden, en zowel de maatschappij als Sandro moet een herhalingsdelict bespaard blijven.

Sandro is onderzocht, heeft een diagnose, een delictanalyse, een terugvalpreventieplan, een heel dossier met daarin ook zijn levensverhaal. Er is sprake van een hogeschooldiagnostiek en -behandeling.

Maar wat heeft Sandro verder nodig?

De kern van goed zorgen is om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de wensen van de patiënt, en te komen tot een wederkerig contact. Goed zorgen draait om de (wederkerige) relatie die jij als behandelaar hebt met je patiënt of cliënt. En dat leer je niet uit een handboek. Dat leer je door verantwoordelijkheid te nemen voor reflectie: denk na over wat je doet. Praat erover met collega’s en patiënten.

Wederkerigheid in tbs is extra moeilijk realiseerbaar. Sandro zit er immers gedwongen. En zijn wij wel bereid om ons echt in te leven in Sandro? Het perspectief van waaruit mensen naar elkaar kijken kan heel bepalend zijn. Durven we iets te betekenen voor een ander, die kwetsbaar is maar ook gekwetst heeft? Sandro en zijn behandela(a)r(en) hebben elkaar nodig. Maar het is een dappere opgave voor beide partijen om deze asymmetrische relatie aan te gaan. Het vraagt moed om kwetsbaar te durven zijn.

Sandro en ik nemen afscheid. Ik vraag of ik iets mag doen met ons gesprek. Dat mag. We schudden elkaar de hand. Dit was een ontmoeting die mij bijblijft. Ik zag geen kakkerlak liggend op zijn rug. Ik zag een man met mogelijkheden, die deels zichzelf en zijn omgeving moet overwinnen.

Swanny Kremer

Swanny Kremer

is filosoof/ethicus en werkt als onderzoeker in FPC Dr. S. van Mesdag te Groningen. Zij doet promotieonderzoek naar de (eventuele)  effecten van moreel beraad op de professionalisering van medewerkers in de sociotherapie.
We mogen maandelijks een van haar columns publiceren op Zorgethiek.nu.

, , , ,

2 Responses to Uitnodiging tot dialoog

  1. joke van der meulen 7 oktober 2016 at 15:10 #

    Mooi verwoord!. Wederkering contact. Geldt ook vaak voor familie en naasten. We zijn te vaak afhankelijk en worden niet echt als gelijkwaardig gezien.

    • Swanny Kremer 7 oktober 2016 at 20:26 #

      Dank je wel voor het compliment Joke, en voor het meedenken. Ik ben het met je eens dat wederkerigheid ook zou behoren te gelden voor familie en naasten. Zeker nu er steeds meer gekeken wordt naar hulp- en steunbronnen juist bij de naasten. Denk aan mantelzorg, maar ook het betrekken van netwerkleden bij forensisch psychiatrisch toezicht et cetera. In deze samenwerkingen kan nog een en ander verbeterd worden. Die afhankelijkheid herken ik helaas en niet als gelijkwaardig gezien worden ook. Mooi dat je dit signaal afgeeft!

Geef een reactie