Top

Thesis Marjolein Tops

Thesis Marjolein Tops: Dynamieken van een gedwongen ‘huwelijk’

Ieder jaar leveren de nieuwe zorgethici van de master Zorgethiek en Beleid zorgethische onderzoeken af, die een goede indruk geven van de master en een groter publiek verdienen. Thesis met een 8 of hoger worden op de Wall of Fame geplaatst. In deze serie laten we de onderzoeker meer vertellen over hun onderzoek. 

Wie ben je?

Mijn naam is Marjolein Tops en ik ben 40 jaar. Opgeleid als dans- en bewegingstherapeut werk ik al jaren als zodanig in verschillende instellingen binnen de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). Inmiddels ben ik afgestudeerd als zorgethica.

Wat is het onderwerp van je thesis en hoe kwam je tot deze keuze?

In deze studie heb ik onderzocht welke rol belichaamde ervaringskennis kan spelen in de verbinding tussen praktijk en beleid in een GGZ-instelling. GGZ-instellingen hebben te maken met toenemende bureaucratisering, waardoor patiëntenzorg onder druk komt te staan. Er is in de afgelopen jaren veel inspanning geleverd door GGZ-instellingen om de praktijk te verbeteren. Dit onderzoek betoogt echter, in navolging van Tronto (2010)1)Tronto, J. C., (2010). Creating Caring Institutions: Politics, Plurality, and Purpose, Ethics and social welfare 4(2), p.158-171, doi: 10.1080/17496535.2010.484259., dat de praktijk niet verbetert als niet ook organisatorische processen meegenomen worden in de reflectie op goede zorg. De ervaringen van zorgverleners staan centraal in dit onderzoek omdat zij een verbindende schakel zijn tussen zorgontvangers en organisatieprocessen.

Het onderwerp van deze studie gaat over wat ik heel belangrijk vind (onder andere als medewerker van deze organisatie) en wat in mijn ogen niet los staat van elkaar, namelijk goede zorg voor patiënten in een prettige en menselijke organisatie. De focus op belichaamde ervaringskennis komt voort uit mijn voorliefde voor bewegingsanalyse en omdat ik ervan overtuigd ben dat geleefde ervaringen en bewegingen veel kennis in zich hebben over hun context.  

Hoe sluit je onderzoek aan bij zorgethiek?

In de master Zorgethiek en Beleid worden verschillende perspectieven aangereikt om te kunnen reflecteren op goede zorg op micro-, meso- en macroniveau. Dat heeft mij mogelijkheden gegeven om onderzoek te doen naar de ethische aspecten voor wat betreft de verbinding van lokale perspectieven in de praktijk met organisatiebeleid. Daarbij wordt vanuit zorgethisch perspectief goede zorg als een praktijk gezien. Zorgethische concepten als lichamelijkheid, (radicale) relationaliteit, caring institution, verantwoordelijkheid en morele gemeenschap hebben handvatten gegeven om inzicht in de praktijk die is onderzocht te verkrijgen. Het empirische onderzoek liet daarbij zien dat verschillende zorgethische concepten elkaar aanvullen en nodig hebben in de reflectie op huidige zorgorganisaties.

Hoe heb je dit onderzocht?

Dit heb ik onderzocht door middel van de sociologische onderzoeksmethode Institutionele Etnografie. Onderliggende patronen en machtsverhoudingen in praktijken zoals een team of een organisatie worden zichtbaar door informatie uit observaties, interviews, informele gesprekken en documentanalyses met elkaar in verbinding te brengen.

Wat zijn voor jou de meest verrassende bevindingen?

Er springt niet een aspect heel erg uit, maar met name hoe alles samenhangt en op elkaar door- en inwerkt vond ik mooi om te zien. Wat daadwerkelijk zichtbaar is geworden is dat belichaamde ervaringskennis een vindplaats is voor morele aspecten van een zorgpraktijk, van relaties en van de verbinding tussen praktijk en beleid. Het patroon dat beleidskennis meer macht heeft dan ervaringskennis belemmert echter om deze morele bron voldoende open te leggen en te kunnen gebruiken. Thema’s die in de onderzochte praktijk spelen zijn afhankelijkheid, kwetsbaarheid, zelfopoffering en relaties, en allen vragen om het ter hand nemen van een vorm van verantwoordelijkheid. Doordat er niet structureel met elkaar wordt gereflecteerd, blijven deze verantwoordelijkheden impliciet, blijven ze ook onzichtbaar voor beleidsmakers en is het lastig om te komen tot goede zorg voor elkaar.

Krijgt het onderzoek nog een vervolg?

Verschillende inzichten geven aan dat het organiseren van morele reflectie op een structurele wijze nodig is om een moreel leerproces met elkaar op gang te brengen. Een onderdeel van deze reflectie zou belichaamde ervaringskennis moeten zijn, zodat geleefde ervaringen en de verschillende verantwoordelijkheden van de praktijk gekend gaan worden en invloed kunnen gaan hebben op beleidsvorming. Daarbij zouden zorgverleners en beleidsmakers gezamenlijk kunnen gaan reflecteren. In plaats van dat praktijk en beleid twee verschillende realiteiten blijven, kan er dan in de organisatie een gezamenlijk gedragen moreel verhaal gaan ontstaan. Een aanbeveling is om dit te gaan organiseren.

Daarbij bleek uit het onderzoek dat er veel gewonnen kan worden met het verbeteren van de relatie tussen zorgverlener en manager. De invloed van bureaucratische aspecten op deze relatie bemoeilijkt een goede afstemming met elkaar en leidt vervolgens tot meer afstand tussen hen, en daarmee tot meer afstand tussen praktijk en beleid. Een aanbeveling is om te gaan onderzoeken hoe deze relatie kan verbeteren en wat goede zorg voor beide partijen behelst.

De organisatie waar dit onderzoek heeft plaatsgevonden, heeft aangegeven geïnteresseerd te zijn in vervolgonderzoek. Daarover vinden nu gesprekken plaats met bestuur en directie.

Marjolein TopsMarjolein Tops

LinkedIn: www.linkedin.com/in/marjoleintops/
Email: info@quimovenda.nl
Website: www.quimovenda.nl
Thesis: Dynamieken van een gedwongen ‘huwelijk’

Referenties   [ + ]

, , , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie