Top

Ethische dilemma’s in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking

Reflectie op het symposium Ethische dilemma’s gehandicaptenzorg

Zoals dagvoorzitter Frans Ewals al noemt tijdens de inleiding van het ethieksymposium, is De Observant – een voormalig klooster – in Amersfoort een hele gepaste plek voor het bespreken van morele kwesties. In 1472 maakten de Fransiscanen of minderbroeders een start met het tegengaan van het tot dan toe ontstane moreel verval in de kloosters. Vandaag staat ethiek in het teken van dilemma’s waar zorgverleners tegenaan kunnen lopen in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.

De dag wordt ingeleid met een korte film van Gijs Wanders. Riet Niezen – Voorzitter Adviesgroep Ethiek van Nederlandse Vereniging van Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten (NVAVG) – en Maartje Schermer – bijzonder hoogleraar Filosofie van de geneeskunde en de maakbaarheid van de mens aan het Erasmus MC – leiden vervolgens de dag verder in.
Schermer geeft een korte lezing over wat ethiek is. Juist zorgethiek acht zij relevant als het gaat om de ethische kwesties in de zorg voor deze groep mensen. Vanwege inzicht in en nadruk op relaties, zorg, afhankelijkheid, asymmetrische relaties, kwetsbaarheid en macht, aldus Schermer. Zij hoopt dat deelnemers vandaag een ethiek-boost krijgen. 

“Een ethiek-boost voor deelnemers” ~ Maartje Schermer

Drie workshoprondes volgen, waar in meerdere groepen van ongeveer 10 tot 20 mensen zich buigen over ethische kwesties.
Hieronder een impressie van een deel van de workshops.

Medisch of ethisch gesprek?

Dr. Eline Bunnik, postdoctoraal onderzoeker bij het Erasmus MC, doet met haar groep een moreel beraad volgens de ‘Rotterdamse methode’.
De casus: Moet een vrouw met een verstandelijk gehandicapte wel of niet preventief getest worden op een eventueel aanwezige genetische mutatie van het ‘bortskankergen’.

De in Rotterdam ontwikkelde methode voor moreel beraad brengt de casus in beeld, kijkt wat onderliggende waarden zijn en maakt op basis daarvan een keuze tussen A of B. De zogenaamde beeldvorming-, oordeelsvormings- en besluitvormingsfase zullen moeten leiden tot een gefundeerde keuze. Het gesprek, met grotendeels Artsen Verstandelijk Gehandicapten (AVG) in de zaal, beweegt zich tussen juridische, medische en ethische aspecten. Medische kennis nu, kan zwaardere zorg later voorkomen. Maar angst voor testen en een breuk met de familie, is voor deze kwetsbare vrouw wellicht niet in haar belang. Het blijkt nog lastig te zijn echt een ethische discussie te voeren.

Goed ouderschap

Vervolgens vraagt Dr. Gert Olthuis (RU) ons op een leeg vel papier te tekenen hoe wij goed ouderschap zien. Na verschillende theoretische definities over goed ouderschap, worden in kleine groepjes vijf casussen besproken waarbij sprake is van zwangerschap of een zwangerschapswens bij vrouwen met een matige tot lichte verstandelijke handicap. Uit reacties van mensen in de zaal blijkt dat het dilemma vaak ligt in het ondersteunen van de autonomie van de ander enerzijds, of het richten op bescherming anderzijds. Een Belgische deelnemer brengt hier wellicht ook een cultureel verschil aan het licht, met zijn reactie op een casus, dat ‘het paternalisme hier wel erg leunt’.

Technologie in zorgsituaties

Dr. Alistair Niemeijer (UvH) geeft in een theoretische, doch prikkelende lezing een beeld van de ethische grenzen van technologie in de langdurige zorg. Niet zozeer normerend, maar eerder bevragend, schetst Niemeijer een beeld van verschuivende normen en een veranderend mensbeeld. Een mensbeeld dat invloed heeft op onze omgang met technologie in zorgsituaties. ‘Ethiek bedrijven is niet moraliseren’ meent Niemeijer en met een open houding ziet hij in sommige situaties ook veel ethische voordelen van het gebruik van technologie.

Ethische oorsprong

Drs. Menno de Bree (RUG) lokte vragen van professionals uit. Een vraag die bleef hangen was: ‘Wat is nou het verschil tussen een moreel gesprek en een intervisie gesprek”.

“Bij intervisie wordt het antwoord op de morele vraag altijd al impliciet verondersteld.” ~ Menno de Bree

Volgens Menno wordt bij intervisie een antwoord op de morele vraag altijd al impliciet verondersteld en soms blijken antwoorden dan maar telkens niet te werken omdat men eigenlijk voorbij is gegaan aan het werkelijke probleem. Als bij vragen in de organisatie vaker over de ethische oorsprong van een vraag bij het begin al wordt gereflecteerd, bespaart dit inzetten op de verkeerde competenties of procedure. Hoe je iets moet doen heeft nou eenmaal heel veel te maken met waarom je het doet.

Na afloop spraken deelnemers over een interessante bijeenkomst waarbij ze ook vooral ruimte hebben gevoeld om samen met praktijkgenoten te sparren. Een deelnemer zei: ‘De mooiste momenten waren bij het in gesprek zijn met elkaar.’ Dit lijkt ons een goed getroffen samenvatting van dit symposium.

www.ethieksymposium.nl

, , , , , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie