Top

Research

Onderdompeling in geleefde ervaringen

In het kader van de module Veldverkenningen en Veldonderzoek van studie Zorgethiek en Beleid 2015/2016 (Universiteit voor Humanistiek) voerden de studenten Johanneke van der Bijl, Harjanti Kertokarijo en Sanne Rodenburg een fenomenologisch onderzoek uit volgens de Reflective Lifeworld Research methode van Dahlberg, naar de geleefde ervaring van werknemer-zijn met de ziekte Relapsing-remitting Multiple Sclerose  (RRMS).
Zorgethiek.nu besteedt in twee afzonderlijke artikelen aandacht aan de ervaringen van deze studenten in dit onderzoek, zowel ten aanzien van de onderzoeksresultaten als ten aanzien van de onderzoeksmethode. In dit artikel vertelt Sanne Rodenburg over haar beleving van de methode.

Reflective Lifeworld Research (RLR): de methode

Alle fenomenologische onderzoeksmethoden richten zich op geleefde ervaringen. Sommige gaan daarbij uit van de lifeworld: het leven zoals dat wordt beleefd door de participanten aan het onderzoek. Fenomenologie richt de aandacht niet zozeer op de participanten zelf, maar wil door middel van hun ervaringen in de leefwereld inzicht krijgen in (de betekenis van) een fenomeen. De uitdaging voor de onderzoeker is dan ook de stemmen van de participanten in het onderzoek te laten weerklinken zonder daar direct vanuit eigen perspectief en discipline betekenis aan te geven.

In de RLR-methode wordt dit bridling genoemd: beteugelen; de eigen ongetemde veronderstellingen en overhaaste conclusies moeten strak worden aangelijnd, zodat de onderzoeker zich hiermee niet vergaloppeert. Dit terughouden van de persoonlijke betekenisgeving vormde direct het eerste obstakel, want hoe doe je dat en waar begin je? In onze onderzoeksgroep hebben wij afgesproken een gezamenlijk logboek bij te houden, waarin wij onder meer onze bridling-verslagen opnamen. Deze kregen bij ons de vorm van geschreven zelfreflecties, waarin persoonlijke aandachtspunten voor de komende periode werden vastgelegd.  Naar aanleiding van mijn ervaringen met RRMS bij een naaste noteerde ik daarin bijvoorbeeld:

“Wat voor mij vooral komt bovendrijven is de disrumperende werking van MS: niet alleen de diagnose maar ook de schubs 1)Exacerbatie, relapse, terugval of aanval laten het alledaagse leven voor de persoon met MS en zijn of haar naaste, plotseling stilvallen. Bij RRMS vertoont de ziekte bovendien een jojo-patroon: schub – herstel – schub etc. Dit vraagt een enorme mentale en praktische flexibiliteit  van de persoon met RRMS en zijn of haar omgeving. Het feit dat dit aspect mij het meest treft van de ziekte, leert mij dat ik zelf erg hecht aan controle over mijn leven. Aandachtspunt voor mij is dan ook dat ik in het onderzoek niet onevenredig veel aandacht en belang ga schenken aan het disruptieve aspect van MS.”

Door deze zelfreflectie werd ik mij bewust van mijn beeld van RRMS. Het bridlen van dit perspectief op RRMS zorgde ervoor dat ik open bleef staan voor andere ervaringen met de ziekte.

Analyse

De analyse van de data die wij verzamelden vormde het volgende struikelblok.

Deze  is gericht op het laten emergeren van een essentie uit de data. Dit houdt in dat de rode draad in de beleving van alle participanten  moet komen ‘bovendrijven’. Maar wat te doen als dit niet gebeurt? Gelukkig voorziet de RLR-methode in een systematiek van ordening van de data, waardoor het bovendrijven wordt gestimuleerd. Deze systematiek bestaat uit vier (niet noodzakelijk lineaire) stappen:

  • (a) aandachtig lezen om bekend te raken met de data en de tekst als geheel;
  • (b) identificeren van betekeniseenheden;
  • (c) bijeenbrengen van betekeniseenheden in clusters en uiteindelijk in constituenten;
  • (d) essentie formuleren.

Maar om stap b en c uit te kunnen voeren, is het noodzakelijk betekenis toe te kennen aan de beleving van de participant. Hoe verhoudt zich dit tot de bridling? Waar wordt dit fantaseren? Hoe betrouwbaar is een onderzoek, als de onderzoeker zelf een betekenis toekent? Moet deze niet getoetst worden?

Bridling

Met deze vragen kwamen wij keer op keer terug bij dr. Hanneke van der Meide, die ons bij dit onderzoek begeleidde. Toen wij het spoor volledig bijster waren en de deadline met rasse schreden zagen naderen, was daar ineens de klik met de methode. Wij begrepen dat onze interpretatie ons juist iets vertelde over de essentie en dat de gevoelens die wij als onderzoekers ervoeren bij de belevingen van de participanten ons konden vertellen welke betekenis we konden hechten aan de data. De angst om verkeerd te interpreteren was verdwenen. Onze afzonderlijke interpretaties bleken wonderwel overeen te stemmen en de analysefase verliep verder voorspoedig.

Presentatie van de onderzoeksresultaten

Kenmerkend voor lifeworld-methoden is de beeldende, resonerende manier, waarop de geleefde ervaring in de onderzoeksrapportage wordt gepresenteerd. Vergelijkbaar met poëzie, waarin de betekenis ook vaak tussen de regels te vinden is in plaats van in de woorden en waarin de emotie, opwellend uit een onzichtbare bron, de lezer weet te raken.

De presentatie laat de lezer de onderzoeksresultaten ervaren, doorvoelen, ondergaan.  De Reflective Lifeworld Research methode van Dahlberg stelt zich tot doel de geleefde wereld van het onderzoek zodanig te presenteren dat het voor de lezer duidelijker wordt wat het betekent om die mens in die situatie te zijn. Daartoe richt de methode zich op het expliciet maken van datgene wat tot dan  toe  impliciet bleef. De lezer wordt in feite ondergedompeld, meegetrokken in en omspoeld door de ervaringen van de participanten aan het onderzoek.
Een voorbeeld uit ons onderzoek illustreert dit.

Een participant vertelde hoe er, ondanks van te voren gemaakte afspraken, geen plekje voor haar geregeld was waar zij op de lange cursusdag van het werk af en toe kon rusten. Noodgedwongen moest zij toen slapen op een stoel te midden van haar pratende collega’s.

Dit is een feitelijke beschrijving van de situatie die zich voordeed. Kenmerkend voor de RLR-methode is dat de situatie daarnaast ook beschreven wordt vanuit de beleving van de participant;  de situatie laat zich dan uitdrukken in gevoelens van wanhoop, van vernedering en in de steek gelaten zijn; woede ook, vanwege haar afhankelijkheid. De emoties van de participant ‘resoneren’ in de lezer, deze kan letterlijk meevoelen. Dit vraagt van de onderzoeker een creatieve benadering: de gevoelens kunnen weergegeven in bloemrijke taal, maar ook in poëzie, beeld, drama of muziek. Ik heb het als verrijkend ervaren dat deze onderzoeksmethode niet alleen een beroep doet op de ratio van lezer en onderzoeker, maar ook op de zintuigen, op het gevoel van esthetiek en op lichamelijk ervaren.

Verder lezen

  • Over de RLR-methode: Dahlberg, K., Dahlberg, H., & Nyström, M. (2008). Reflective Lifeworld Research. Lund: Studentliteratur.

Referenties   [ + ]

, , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie