Top

Betekenis van rituelen rond zwangerschap en bevalling.

Leven geven betekenis geven

Onder deze titel schreef UvH Humanistiek-studente Sophie Albers haar Masterthesis, waarop ze onlangs afstudeerde. De ervaring van ‘leven geven’ als lichamelijk gebeuren van vrouwen van zwangerschap, bevallen, herstel en verwerking daarvan, heeft zij proberen te doordenken als betekenisvol en existentieel gebeuren. Zorgethiek.nu vroeg haar om haar thesis ter beschikking te stellen van de lezers en ook te vertellen over de aanleiding, de centrale probleemstelling en de doelen van haar studie.

Belichaming

Mijn eerste bevalling onderging ik. Ik kon niets anders doen dan me overgeven aan wat ik ervoer als een enorme, overweldigende kracht die door mijn lichaam heen ging. Mijn tweede bevalling ging zo stormachtig en snel dat ik één en al weeënstorm was. Ik had het gevoel de kracht te zíjn, die ik de eerste keer onderging. De derde keer moest ik het zelf doen. Ik moest heel bewust met mijn aandacht en lichaamshouding het geboorteproces doorgang geven.

Deze totaal verschillende ervaringen deden me beseffen dat belichaming een bijzonder begrip is in de context van zwangerschap en bevalling, een begrip dat van bijzonder belang is voor hoe vrouwen deze levensgebeurtenissen beleven en er betekenis aan geven. Dit intrigeerde me, eens te meer omdat mijn verloskundigen vertelden in hun praktijk te zien dat vrouwen weinig vertrouwen hebben in hun lichaam, dat er veel angst is en dat geboortes (mede daardoor) steeds verder gemedicaliseerd worden.

Hoe zit dat met belichaming in een gemedicaliseerde context? Wat doet medicalisering van zwangerschap en geboorte met de lichamelijke beleving van vrouwen? In deze vragen vond ik een vertrekpunt voor mijn masteronderzoek.

Belichaamde existentiële beleving

Geboorte is een onderzoeksgebied in de sociologie en de antropologie sinds er gesproken wordt over medicalisering (tweede helft van de vorige eeuw). Daarvoor was dit universele thema vreemd genoeg geen onderwerp van studie. Inmiddels bestaat er een grote, kritische body of literature aangaande de medicalisering van geboorte. Het is opvallend dat daarbinnen weinig aandacht wordt besteed aan de beleving van vrouwen en aan de existentiële beleving nog minder. Deze lacune is een aantal jaren geleden opgemerkt (Hall & Taylor, 2004) en sindsdien bestaat er een groeiende interesse voor. Maar de belichaamde existentiële beleving van vrouwen–waarmee ik doel op de relatie tussen wat lichamelijk wordt ervaren en de existentiële betekenis van het gebeuren – is vooralsnog onontgonnen terrein. Terwijl vrouwen de levensgebeurtenis die het krijgen van kinderen is, en de medicalisering daarvan direct aan den lijve ondervinden!

Het gebrek aan kennis hieromtrent maakt ook dat er weinig bekend is over wat er in de praktijk gedaan kan worden om vrouwen te helpen om in contact te komen met de belichaamde existentiële beleving. Met mijn studie wilde ik hier inzicht in verwerven.

Excorporatie

Aan de hand van sociologische en antropologische studies heb ik de medicalisering van zwangerschap en geboorte als discours onderzocht op zijn belangrijkste kenmerken. Daarbij bood de fenomenologie een kader dat de relatie tussen die kenmerken en de beleving inzichtelijk maakte. Opmerkelijk is dat excorporatie de centrale tendens in het gemedicaliseerde discours blijkt te zijn, wat wil zeggen dat lichamelijke processen worden losgekoppeld van de beleving. Dat was voor mij des te meer een reden om tot begrip te komen van wat er met de lichamelijke beleving gebeurt als vrouwen zwanger zijn en baren.

Integratie

Over de lichamelijke beleving vond ik kennis in de feministische filosofie. Filosofes, waaronder Luce Irigaray, Julia Kristeva en Iris Marion Young hebben de ongewone lichamelijke sensaties en ervaringen van zwangerschap en bevalling doordacht. Zij schetsen een ruimtelijke belevingssfeer die de gewone denkstructuren te buiten gaat. Wat interessant is, is dat een van de belangrijkste kenmerken van die belevingssfeer is dat het lichamelijke voelen en de verbeelding (het betekenisgevende bewustzijn) elkaar wederzijds beïnvloeden en meer dan gewoonlijk integreren. Deze filosofie volgend is er bij zwangerschap en bevalling dus primair een beweging naar meer belichaming toe. De tendens in het gemedicaliseerde discours is daaraan tegengesteld. Dat maakt inzichtelijk waarom medicalisering problematisch kan zijn voor de beleving van vrouwen.

Ritueel

Mijn vraag was of ritueel handelen contact met die belichaamde existentiële dimensie zou kunnen dienen. Daarvoor ging ik te rade bij de ritual studies. Tot mijn verrassing ontdekte ik dat er een bijzonder grote verwantschap bestaat tussen de belevingssfeer van zwangerschap en bevalling zoals die in de feministische filosofie is beschreven, en kenmerken van goede (werkend zoals bedoeld) rituelen zoals beschreven in de ritual studies. Ritueel handelen is daardoor een toepasselijke manier om vrouwen te helpen zich met het lichamelijke gebeuren te verbinden, bewust te beleven wat ze lichamelijk doormaken en dat een betekenisvolle plek te geven in het eigen leven.

‘Everybody is some mother’s child’ – Eva Feder Kittay

In de zwangerschap kan er bijvoorbeeld een moment gecreëerd worden waarop de vrouw het kindje in haar buik welkom heet in haar lichaam en in haar leven. Bij de bevalling kan de bevallingsruimte worden ingericht als plek waar iets bijzonders gaat gebeuren. De baring kan worden geritualiseerd door zich op het lichaam te concentreren en het geboorteproces ook geestelijk te sturen, zich daarbij verbindend met wat als krachtgevend wordt beleefd.

Ritualisering

Zorgverleners zouden aan ritualisering bij kunnen dragen. De filosofie biedt behalve inzicht in de lichamelijke belevingssfeer ook inspiratie tot symbolisch uitdrukking geven daaraan. Dat kan een ingang zijn tot het ritualiseren van zwangerschap en bevalling. Het is mijn aspiratie om hier in de praktijk gestalte aan te geven door met vrouwen op een fijngevoelige manier op zoek te gaan naar hoe de lichamelijke gewaarwordingen tot de verbeelding spreken en hoe daar symbolisch uitdrukking aan gegeven kan worden om de ervaringen tot bekrachtigende en zingevende belevingen te maken. Mijn onderzoek biedt hiervoor een theoretisch fundament en een symbolisch kader ter inspiratie.

Vervolgonderzoek

Hoewel er zorgethici zijn die met moederen, ouderschap, geboortelijkheid en de moeder-kind-relatie zijn bezig geweest (het meest prominent Nel Noddings en Sarah Ruddick), is er nog veel onderzoek te verrichten. Niet alleen omdat vrouwenervaringen nog altijd niet voldoende tot filosofie en ethiek zijn doorgedrongen maar ook omdat deze ervaringen van betekenis zijn voor het denken over zorg. Eva Feder Kittay’s befaamde uitspraak ‘Everybody is some mother’s child’ wijst al op de fundamenteel menselijke conditie dat we uit een ander mens zijn voortgekomen, maar wat dat ‘voortkomen’ betekent voor degene die baart, is nog onvoldoende empirisch onderzocht en conceptueel doordacht.

Behalve het verder ontwikkelen van kennis over de lichamelijk-existentiële dimensie van leven geven, acht ik met het oog op de praktijk de volgende vragen belangrijk voor vervolgonderzoek: Waar liggen behoeftes van vrouwen als het gaat om de existentiële dimensie van zwangerschap en bevalling? Wat zijn manieren van ritualiseren die vrouwen aanspreken en hen goed doen? En hoe kunnen geboortezorgverleners aandacht voor de existentiële dimensie integreren in hun zorgpraktijken?

Download de thesis

Sophie Albers (1986)

Sophie Albers

Sophie Albers MA

studeerde aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht, met als afstudeerrichting Geestelijke Begeleiding. Zin- en betekenisgeving, lichamelijkheid en ritueel als praktijk van betekenisgeving vormen haar interessegebieden.
Deze heeft zij in haar afstudeeronderzoek bijeengebracht  in de context van zwangerschap en bevalling.

Na haar afstuderen verdiept zij zich verder in de lichamelijk-existentiële dimensie van vrouwenervaringen en in het ritualiseren van transitiemomenten in de levensloop.
linkedIn

Referentie

Hall, J., Taylor, M., (2004). In S. Downe (ed.) Normal childbirth: evidence and debate. Churchill Livingstone: Elsevier (pp. 41-56).

 

, , , , , , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie