Top

Winter in Gloster Huis

Leeservaring: Een succesvol Vaarwelhotel en een cruciaal snifje

Recensie van Vonne van der Meers ‘Winter in Gloster Huis’

Stel: het is 2024. De ‘klaar met leven-wet’ is aangenomen. Iedereen die boven de 80 jaar oud is en deze reden aanvoert (‘ik ben klaar met leven’), kan legaal worden geholpen aan zijn of haar einde.
Stel: twee broers erven onverwacht een enorm fortuin. De één (de clichématige ondernemer) is het totaal eens met de ‘klaar met leven-wet’. De ander (de clichématige psychiater) is er hels om.
Ziedaar de ingrediënten van ‘Winter in Gloster Huis’.

De eerste broer gebruikt zijn fortuin voor het ‘Vaarwelhotel’. Het voorziet in een perfecte setting voor de euthanasie: je doet alsof je op reis gaat, je wordt riant ontvangen in een luxe hotel, geniet je laatste maaltijd (met natuurlijk het gewenste gerecht), en op de afgesproken tijd krijg je van de dokter je drankje in je hotelkamer. Je sterft, de uitvaartondernemer rijdt voor. Klaar. Geen verdriet en gedoe voor familie of buren vooraf, geen gedoe achteraf, een heerlijke manier om te gaan. Want precies wat je wilde.
Een succesvolle onderneming, enorm maatschappelijk draagvlak. Een held die de goede zaak op een eerlijke, nette, zelfs voortreffelijke manier dient.

De tweede broer vaart tegen de stroom in. Tegen het maatschappelijke klimaat en tegen de wettelijke mogelijkheden. Hij is ‘ondergronds’ betrokken bij het Vaarwelhotel. Hij verricht hand en spandiensten, zoals de taxidienst die mensen ophaalt en naar het hotel brengt, met medeweten van zijn broer, met maar één doel: mensen die maar een minieme hint van twijfel geven (een vrouw die even ‘snift’ in de taxi op de oprijlaan van het Vaarwelhotel) voor de poorten van de euthanasie weg te slepen. In het maatschappelijke klimaat van het 2024 van Van der Meer opereert hij daarmee tegen de wet in. Hij interfereert immers in de ‘eigen wil’. Hij belemmert de uitvoering van een uitdrukkelijk geuite wens, de vervulling waarvan zorgvuldig is voorbereid.

‘Warme roman met bloedserieuze strekking’ – De Volkskrant

Rechtlijnigheid als schrikbeeld

De tweede broer, de psychiater, grijpt zonder overleg in het rechtlijnige proces van wens en uitvoering in. Je zou kunnen zeggen: het toonbeeld van de paternalistische arts die beter weet dan de patiënt wat goed voor hem of haar is. Alleen, de vraag is of deze mensen patiënt zijn. In principe is er niks, of misschien juist van alles, met hen aan de hand. Ze zijn niet ziek, ze hebben geen beperking, ze zijn niet stervende. Of beter gezegd: ze zijn niet zieker dan andere mensen, niet beperkter dan je op hun leeftijd mag verwachten, niet méér stervend dan iedereen. Het is alleen het maatschappelijke klimaat dat al decennialang zeer rechtlijnig zegt: je bent oud, dan lijd je aan van alles, je kunt niet meer echt mee, je bent in je laatste levensfase, op weg naar je dood. En je kost (te) veel, je vraagt (te) veel, je kunt er (te) weinig tegenover stellen. En dus begrijpen we het heel goed als je niet meer wilt leven, en zijn we niet te beroerd om je daarbij een handje te helpen. Het Vaarwelhotel is de riante mogelijkheid om aan al deze wensen tegemoet te komen. Prima geregeld. Niks te klagen.

De mensen in het boek gaan hierin grotendeels mee. Ze zijn geen slachtoffers, maar mededragers van het klimaat. Inderdaad, dat is ook zo, prima oplossing. Ik doe het zo. Huppakee.
Alleen, soms overvalt hen toch even dat moment, dat gevoel, dat onbehagen. Snif.

De tweede broer ontvoert deze schijnbaar niet-rechtlijnige mensen zonder hun medeweten naar de overkant van het meer. Daar staat een huis (van zijn fortuin), waar voor hen gezorgd wordt. Er is gezelschap, er is goed eten, kunst, muziek, vriendelijkheid. Je zou kunnen denken dat je in de hemel bent beland. Eenmaal daar, leven mensen weer op. Ze herontdekken zichzelf, komen toe aan wat ze al lang waren verloren.

Zorgpraktijk als inherente cultuurkritiek

De gedachte achter het tweede huis is geen hotel, maar een tweede thuis. Het is een zorggedachte. Zorgen niet als ‘uitvoeren wat de cliënt wil’, maar zorgen als ‘samen-de-wisselvalligheden-van-het-leven-leven’, of nog: zorgen als afzien van rechtlijnigheid. Dat maakt van zorgen een cultuurkritische, politieke praktijk, die zich rechtstreeks keert tegen het overbodig of ongewenst verklaren van behoeftige mensen (en niet doorziet dat we dat allemaal zijn). Zorgen, dus, als een praktijk die in zichzelf kritiek is op een cultuur die slechts met mensen telt die kunnen participeren, ondernemen, bijdragen. Joan Tronto schreef het al: zorgen is een morele praktijk waarin de samenleving wordt opgebouwd. Maar dan wel een samenleving waarin mensen er mogen zijn mét hun behoeften en ín hun afhankelijkheid.

‘Van der Meer giet het euthanasiedebat in de vorm van een mooie, subtiele roman die lezers niet koud zal laten’ – Elsevier

Van der Meer geeft blijk van een feilloos oog voor culturele tendensen, voor het publieke gevoel en voor waar de dominante boodschap in uit kan monden. Ze bewees dit al in een briljant verhaal ‘Bericht uit de bezemkast’ (in de bundel ‘De verhalen’ uit 1997). In dat eveneens angstwekkende toekomstbeeld was zorg ook al een afrekening met ouderdom. De beklemming die ze met dat verhaal wist op te roepen maakte diepe indruk.
Haar nieuwe boek verbeeldt opnieuw scherp waar we op af zouden kunnen stevenen, nu met onze rechtlijnigheid ten aanzien van de zelfgewenste dood, zonder onze maatschappelijke intolerantie voor ouderdom, aftakeling, en zorg te doorzien.

Jammer alleen, dat het verhaal wat al te zeer geconstrueerd is. De onwaarschijnlijkheid staat de beklemming die ze (terecht) op wil roepen in de weg. Dat is een beetje jammer van Winter in Gloster Huis. Niettemin een aanrader voor hen die het debat over ‘voltooid leven’ nog lang niet voltooid vinden. En daar sluit ik me zeker bij aan.

, , , ,

One Response to Leeservaring: Een succesvol Vaarwelhotel en een cruciaal snifje

  1. Angeline van Doveren 25 april 2016 at 10:25 #

    Kunst, ook literatuur, is een vrijplaats voor het gedachtenexperiment. Een speeltuin voor de verschrikking, met terugkoppelsysteem naar de realiteit. Zonder kunst zouden we zomaar ons eigen proefkonijn zijn. In bepaalde gevallen is dat beter van niet.

    Opgetogen over deze roman, en heel blij met deze recensie.

Geef een reactie