Top

Schuilgaan – waar het bloed niet kruipt.

Leeservaring: Schuilgaan – waar het bloed niet kruipt

Er wordt een misdrijf gepleegd – er is een dader en een slachtoffer. Hoe verhouden die zich tot elkaar? Hebben zij overeenkomsten die ingezet kunnen worden voor goede zorg aan beiden?  In Schuilgaan – waar het bloed niet kruipt van Arno Bohlmeijer wordt de lezer meegenomen in een fictief verhaal dat op deze zorgethische vragen antwoord kan geven.

Het verhaal

Psychiatrisch patiënte Anja verliest haar baby Rens aan wiegendood en steelt baby Art van de succesvolle makelaar Nomi. Na 58 dagen wordt Art teruggevonden door Nomi’s vader. De lezer wordt meegenomen in de verwikkelingen rond de beide vrouwen vóór, tijdens en na de kinderroof. Beiden worstelen met de verwerking, totdat er voorzichtig contact tussen hen ontstaat.

Zorgethische reflectie

Vanuit zorgethisch perspectief intrigeert mij de afhankelijkheid tussen Nomi en Anja, tussen slachtoffer en dader. De auteur schrijft: “Hun levens raakten zodanig verstrengeld dat ze ontrafeld moeten worden, vooral de afhankelijkheid van allen onderling” (p. 345).

Schuilgaan raakt daarmee aan de crux van het loslaten van een traumatische ervaring: het verhaal maakt duidelijk dat een misdrijf dader en slachtoffer voor altijd verbindt doordat de gedeelde gebeurtenis niet ongedaan gemaakt kan worden. Deze betrekking op elkaar kan echter ook leiden tot een helende vorm van contact, zoals in dit verhaal. Ik vraag mij dan ook af of de levens van dader en slachtoffer wel ontrafeld móeten worden, zoals Arno Bohlmeijer schrijft, of dat onderlinge afhankelijkheid en overeenkomsten tussen dader en slachtoffer juist ingezet kunnen worden om verwerking te bevorderen.

Afhankelijkheid

In zorgethische literatuur wordt afhankelijkheid op verschillende manieren benaderd.

Eva Feder Kittay gaat uit van onderlinge afhankelijkheid als gegeven en richt zich met name op de consequenties daarvan.1)Kittay, E.F. (1999). Love’s Labor: essays on women, equality, and dependency. New York/Abingdon: Routledge,  p. xii Zij benadrukt de kwetsbaarheid van een afhankelijkheidsrelatie en zoekt goede zorg in ondersteuning door het omliggende sociale netwerk.

In Schuilgaan zijn het met name Nomi’s vader Bernard en Anja’s ex-man Evert die  te hulp schieten en een bemiddelende rol op zich nemen waardoor er helend contact tot stand kan komen tussen Nomi en Anja.

‘Na verloop van tijdloosheid…’

Politiek theoretica en zorgethisch pionier Joan Tronto interpreteert afhankelijkheid vooral vanuit een politieke benadering, namelijk als een machtsverschil.2)Tronto, J.C. (2013). Caring democracy. Markets, Equality and Justice. New York: New York University Press, p. 25 Ongelijkwaardigheid ziet zij als een obstakel voor een inclusieve en zorgzame samenleving.3)Tronto, J.C. (1993). Moral Boundaries. A Political Argument for an Ethic of Care. New York/Abingdon: Routledge, p. 10

Ook die visie is te herkennen in Schuilgaan: baby Art wordt teruggebracht naar Nomi, Anja is machteloos en kan geen recht op Art doen gelden. Verwerking door beiden kan pas op gang komen als Nomi de waarde van Anja’s zorgzaamheid voor Art durft te erkennen.

Grensvervaging

Ik vroeg Arno Bohlmeijer hoe hij de verhouding tussen Anja en Nomi ziet en waar grensvervaging tussen dader en slachtoffer optreedt.

Bohlmeijer: “Tussen ‘dader en slachtoffer’ hangt meestal schuld, verantwoordelijkheid of oorzaak en gevolg. Of is het een behoefte aan hulp? Bij Nomi en Anja bestaat een onderlinge afhankelijkheid die begon met ‘gelegenheid’ bieden en nemen. Nomi heeft het moeilijk omdat ze Art voor de winkel achterliet, na twijfels. Anja heeft het zwaar na de dood van Rens.

Door de ontvoering worden ze eerst feitelijk afhankelijk, met zoeken/ontdekken, fouten maken, de terugkeer van Art. Later kunnen ze elkaar helpen, nodig hebben, bij de verwerking van verlies, angst, schuld, herintegratie – zowel praktisch als geestelijk: terug naar ‘de plek’ met spullen van Art en Rens, daarna verzoening, vergeving, herkansing.

Demonisch komisch gaat de telefoon…

Zo treedt de grensvervaging op in allerlei fases en gradaties van begin tot eind. Centraal daarbij staat hun liefde voor de kinderen, hun man, de noodzaak van begrip en hulp, van thuis en samenleving met de media.”

Kunnen er in het verhaal ook andere daden dan de kinderroof worden onderscheiden waardoor de rolverdeling dader (Anja) – slachtoffer (Nomi) heroverwogen kan worden?

Bohlmeijer: “De daad van kinderroof raakt andere momenten en vormen van verantwoordelijkheid en keuzes maken, bijvoorbeeld de houding tegenover de omgeving, met boosheid of agressie.

Nomi laat Art alleen thuis (om dochter Dilli uit school te halen) wanneer hij twee jaar is en diep slaapt. Ze durft niet aan andere ouders te vragen hoe zij dat doen. Anja deed het ook en vroeg aan de huisarts wat hij ervan vond: 5 minuten? 20 minuten? 2 minuten? Anja is slachtoffer van het lot met onmacht rond de dood van Rens, haar psychische kwetsbaarheid, ook in confrontaties met de buitenwereld.”

Bijzondere schrijfstijl

Schuilgaan vereist hard werken van de lezer; de filmische schrijfstijl maakt het noodzakelijk zelf de schijnbaar losstaande beelden aaneen te rijgen tot een samenhangend geheel. Woordspelingen dagen de lezer uit om de tekst vanuit verschillende perspectieven te lezen. De auteur zegt bijvoorbeeld over de keuze van de subtitel:  “Waar het bloed niet kruipt is gebaseerd op de uitdrukking ‘het bloed kruipt waar het niet gaan kan’ en betreft meerdere niveaus.

Letterlijk: een baby (‘een bloedje’ is Oudnederlands voor kindje) gaat over tot kruipen waar het lopen moeilijk of onmogelijk wordt. Spreekwoordelijk of spiritueel: het leven gaat zoals het moet, neem het zoals het komt, ook de acceptatie van omstandigheden en de genen/erfelijkheid, evenals de wil om je aan te passen of te veranderen. ‘Waar het bloed niet kruipt’: doet het niets meer of gaat het juist weer lopen?”

In Schuilgaan ontwikkelen zich parallel verschillende verhaallijnen die ogenschijnlijk geen betekenis hebben voor de hoofdlijn, zoals het daten van Nomi’s vader Bernard en de moeizame relatie tussen Anja en haar moeder.

Anja wil gillen van geluk, maar als de beste leerling van Kant houdt ze zich voor dat een counter van over-optimisme op de loer ligt.

Bohlmeijer zegt hierover: “Als een hoofdpersoon met een verbindende taak is Bernard een mens van vlees en bloed, met loopbaan, gezondheid, relaties of pogingen daartoe. Die beïnvloeden zijn stemmingen en daden. Hij voelde zich aangetrokken tot Anja en is bang om weer een probleemvrouw te ontmoeten. Ook raken die kwesties in zijn leven vaak de thema’s waar Nomi en Anja mee kampen, zoals gek/normaal, eerlijkheid, geweten, je plek in de samenleving.

Dat geldt ook voor Anja’s moeder: hoe normaal is zij? Hoe beïnvloedt ze Anja’s kwetsbaarheid? Heeft ze veel of geen vermoeden van Anja’s tragiek en wandaad? Welke van die opties is abnormaal? Welke moeder zou ervoor kiezen om haar dochter niet aan te geven? Wat is dan schuld en verantwoording?”

Overweging

De auteur weet mij met zijn keuze van het thema te fascineren. De soms wat gekunstelde uitwerking daarvan maakt het mij moeilijk om ‘in het verhaal gezogen’ te worden. Ik zie wel een bijzonder boek dat kan aanzetten tot een bredere discussie over goede zorg voor daders en slachtoffers.

Ten slotte: de auteur vraagt zich af of dit boek kan bijdragen aan troost en verwerking. Ik zie dat potentieel; er is echter een (zorgethische en literaire) verdere uitwerking nodig om dat te realiseren.

Bohlmeijer, A. (2016). Schuilgaan – waar het bloed niet kruipt. Antwerpen: Davidsfonds.

Referenties   [ + ]

, , , , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie