Top

Dokter is ziek

Leeservaring ‘Dokter is ziek. Als patiënt zie je hoe de zorg beter kan.’

Hoe komt het dat het in de zorg vaak aan warmte en betrokkenheid ontbreekt? Waarom lukt het hulpverleners niet om even op een stoel naast een patiënt te gaan zitten? Willen, en kunnen, zieke mensen kritisch zijn? Of waarom krijg je als patiënt al snel het gevoel dat je zeurt? Dit zijn zomaar een paar van de vele vragen die in het boek van Gonny Ten Haaft, ‘Dokter is ziek’ (2011), naar voren komen.

De aandacht voor het individu is zoek

In dit boek worden de ervaringen van verschillende artsen, verpleegkundigen en zorgmanagers, die allen zelf in het ziekenhuis hebben gelegen, beschreven. Journaliste Gonny Ten Haaft blikt met hen terug op de periode van ziek zijn, hun ergernissen en (gelukkig) ook hun mooie momenten. Dit levert een indringend en af en toe droevige inkijk in de wereld van ‘patiënt zijn’. ‘We zeggen dat de patiënt centraal moet staan, maar we houden ons er niet aan. De dokter staat centraal en de verpleegkundige staat centraal.’, aldus Herre Kingma, voorzitter van de raad van bestuur van het Medisch Centrum Twente. Hij heeft darmkanker gehad en is nu, na een operatie en een chemokuur, alweer zeven jaar ‘schoon’. Zijn eyeopener tijdens zijn tijd als ‘patiënt’ is het ontbreken van de menselijke maat: ‘De aandacht voor het individu is zoekgeraakt’. 

‘Ineens was ik niet mondig meer’

Wim de Bie, bestuurder in de zorg, voelde zich niet anders dan alle andere zieken toen hij aan bed gekluisterd lag in het ziekenhuis. Hij moest lang herstellen van een operatie aan zijn longen. ‘Ik voelde me afhankelijk en ik gedroeg me daar ook vaak naar. Toen ik last had van een infuus, heb ik een verpleegkundige gevraagd ernaar te kijken, maar ook daarna bleef het pijnlijk. Ik heb toen niet ingegrepen.’ Een dag later bleek het infuus niet goed geprikt, waardoor er een ernstige bloedwandinfectie was ontstaan. ‘Ik had het er niet bij moeten laten zitten.’, zegt de Bie later. 

‘Zodra je je pyjama aanhebt, ben je patiënt. In de zorg gaat het om je lijf, dat is iets anders dan wanneer je ontevreden bent over de garage die de auto niet goed heeft gerepareerd. (Anna Zwanenburg, Manager, werd geopereerd aan haar knie).

Ook andere zorgverleners, ziek en afhankelijk, voelden zich overdonderd en kwamen niet meer voor zichzelf op. ‘Omdat ik afhankelijk was, heb ik niet alles gezegd wat ik had willen zeggen. Achteraf heb ik mij afgevraagd waarom ik de dingen die misgingen niet eerder heb aangekaart.’, aldus Jacqueline van Dijk, verpleegkundig specialist pijn en nierdonor voor haar jongste broer.

Wat moet er gebeuren?

Mensen die in de zorg werken moeten in de eerste plaats (weer) leren om in hun patiënten geïnteresseerd te zijn, aldus Gonny Ten Haaft. Er zijn volgens haar nieuwe manieren nodig om hulpverleners te helpen zich in de situatie van zieke mensen te verdiepen. Het belangrijkste hierbij is het oprecht aandacht tonen voor de patiënt, elke dag opnieuw. Als patiënt ben je namelijk niet de autonome, zelfredzame en kiezende burger zoals het beeld of de verwachting vaak lijkt te zijn. Als patiënt ben je meer een afhankelijke, onzekere en af en toe bange medemens. Een medemens die de steun en aandacht goed kan gebruiken in deze onzekere periode van ziek zijn.

Purser in de zorg?

Volgens Ten Haaft heeft een patiënt eigenlijk  ‘een purser in de zorg’ nodig. Ze vergelijkt dit met een vliegtuigpassagier die zich met vragen of zorgen tot de purser kan wenden. ‘Welkom in dit ziekenhuis’, zou de purser in de zorg op dezelfde wijze moeten zeggen. ‘Als er iets is, kunt u bij mij terecht.’
Een mooi streven, maar het dekt volgens mij niet hetgeen wat er aan de hand is in de zorg: het ontbreekt in de zorg vaak aan aandacht voor de zorgrelatie tussen de zorgverlener en de patiënt. De verhalen in dit boek laten zien dat zorgverleners zich anders gingen gedragen zodra ze zich zelf, als patiënt, in een zorgafhankelijke positie bevonden. Hun zorgverleners konden zich niet altijd goed in hen verplaatsen, waardoor de zorg (vaak onbedoeld) niet op de juiste wijze aansloot bij hun behoeften. In een zorgrelatie moet er daarom voldoende aandacht zijn voor wat zorgafhankelijkheid doet met mensen en wat er nodig is om dan aan te kunnen sluiten bij de ander.

Ongemakkelijk

Patiënte: ‘Ik moet poepen.’
Intercom: ‘Wat zegt u?’
Patiënte, met moeite iets luider: ‘Ik moet poe-pen.’
‘Ik vond het afgrijselijk dat is zoiets door de intercom moest zeggen. Terwijl ik bijna geen stem had, moest ik zo’n intiem verzoek zo hard mogelijk tegen een anoniem apparaat herhalen’. (Marian Kooijman, verpleegkundige, pneumokokkeninfectie met verschillende complicaties).

Het boek geeft een indrukwekkende inkijk in de beleving van zorg door patiënten. Ook laat het zien dat de zorgverleners zich vaak helemaal niet bewust zijn hoe hun handelen overkomt. Zorgverleners kunnen nog zo proberen zich in te leven in de patiënt die ze verzorgen, maar zelf zijn zij nu eenmaal in hun rol als zorgverlener niet ziek. Als mensen zijn wij echter allemaal kwetsbaar en afhankelijk. Ook de zorgverlener. De kunst is om als zorgverlener aandacht te hebben voor de afhankelijkheid die patiënten ervaren en zich daarin te kunnen verplaatsen.

Zorgethisch laboratorium

Moeten daarom alle zorgverleners in een ziekenhuisbed gaan liggen? Een mooi, maar onpraktisch en onrealistisch doel. Er zijn echter diverse ‘zorgethische laboratoria’, zoals sTimul en deSpiegeling, waar in een gesimuleerde zorgomgeving mensen die in hun dagelijks leven zelf zorgverlener zijn, door (verpleegkunde) studenten verzorgd worden. Zorgverleners ondergaan op deze manier een belichaamde ervaring met zorg en op deze ervaringen wordt door hen gereflecteerd vanuit zorgethisch perspectief. Dit sluit goed aan bij het belang dat zorgverleners zich kunnen verplaatsen in hun patiënten, zoals Ten Haaft met haar uiterst leerzame bundel van verhalen onderstreept. Een boek dus voor ieder die met zorg te maken heeft of gaat krijgen, en dat zijn we uiteindelijk allemaal!

, , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie