Top

In-The-Name-Of

Kijkervaring – In de naam van… 

We zijn in de film In de naam van… op het platteland. We zien jongens die op een soort tuchtschool moeten leren om een geordend leven te leiden. Ze zijn door en door solidair met elkaar.

Als er een dreigt te verdrinken in het meertje doet iedereen er alles aan om hem te redden. Ze zijn ook wreed, gewelddadig en verstikken elkaar. Een zwakbegaafde jongen wordt kost wat kost op de laagste plek gedwongen. We zien ze bij zware arbeid, bij het eten en sporten, zoals voetbal en zwemmen, maar we zien ze ook zuipen en blowen. Als de boog volgens de leiding opnieuw gespannen moet worden ontspannen zij die op hun eigen manier ook weer. De jongens kennen perfect het jargon dat van hen verwacht wordt.

We zien een jonge sportieve man die hen leidt en nog een leider, strak van gezicht, die nummer een terzijde staat. We zijn op het Poolse platteland. De jonge leider, hardloper, Adam, is priester. Het jargon is de taal van het katholieke geloof. De jongens voegen zich er naar. Maar ze onttrekken zich er ook aan, zoals bij zorg met drang en dwang vaak voorkomt. Zoals ‘moeilijk opvoedbare’ jongeren in Nederland perfect de psychotaal spreken die hen aangepast doen lijken. “Mijn uitdaging is het om…”. Op het nivo van het discours is alles op orde. De werkelijke bekommernissen en begeerten gaan onder de oppervlakte van het taaltje schuil. Priester Adam blijkt homoseksueel. Gaat de film In de naam van… (2013) van de Poolse cineaste Malgoska Szumowska over die ouderwetse katholieke kerk die niet met seks overweg kan en schandalen knap wegmoffelt? Ja. Ook. Het gaat ook over die ordenende, solidaire en verstikkende gemeenschap, kerk.

Hoe loopt de zin In de naam van… af? In de naam van God? Wie bij het kijken naar de film op meer lagen gaat waarnemen ziet: de mensen doen de dingen In de naam van het verlangen om vastgehouden te worden, van het verlangen om met je zielewonden niet keer op keer gestraft te worden. In de naam van… is een reis doorheen de verlangens van de jongens, mannen en een vrouw, Eva geheten, dat wil zeggen een reis door wat zij voor fantasieversie van hun verlangen maken. Fantasieën omcirkelen onze verlangens, ze zijn niet hetzelfde als verlangens. Fantasieën zijn de verhaaltjes die we aan ons zelf vertellen over onze verlangens, de beelden die we er bij maken.

In de politieke ethiek van Lacan draait het er om door die fantasieën heen te reizen. Het gaat om het traverser la phantasie. Al die verlangens in de modus van fantasie, zo zou het leven mooi zijn, “als ik maar…”, “als de dokters persoonlijke aandacht zouden hebben … dán zou het leven draaglijk zijn”: die verlangens en de fantasieversie ervan zijn er gewoon. Het is zaak door de fantasie héén te reizen, en niet in de fantasie te gaan wonen. In de zorg bestaan veel fantasieën, ‘zorgvisie’ geheten. Er liggen verlangens onder. Maar we gaan met de fantasieversie er van op stap. De fantasie krijgt de boventoon, daar gaan we in wonen. Ik kan het als manager in de ziekenhuis zelf niet op orde krijgen, achter de toonbank blijft het een rommeltje. Wij als zorgverleners ontwikkelen de visie van het shared decision making en daar hoort een nieuw taaltje, een discours bij. Het is een zuivere fantasie, om de patiënt een rol en een verantwoording te geven die je eigen complexe organisatie niet aan kan.

Het verlangen om tot gezamenlijkheid te komen, het verlangen om koestering te ontvangen als het beroerd gaat is goed. De fantasieverhalen die er om heen cirkelen zijn gevaarlijk. Door de fantasie héén reizen, dat is de politiek ethische opgave, er niet in gaan wonen.

, , , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie