Top

Klaartje Klaver

Goede zorg is goede aandacht

Klaartje Klaver heeft een promotieonderzoek verricht naar aandacht in de oncologische ziekenhuiszorg. Wij waren benieuwd naar de resultaten van haar onderzoek en de betekenis hiervan voor de zorgethiek.

1. Wat is het onderwerp van je promotieonderzoek en hoe kwam je tot deze keuze?

Binnen het project Het liefste ziekenhuis (van Tilburg University en het St. Elisabeth Ziekenhuis) was er een vacature voor iemand die onderzoek wilde doen naar aandacht in de ziekenhuiszorg en daar heb ik op gereageerd. Het onderzoeksproject trok me aan vanwege de invulling die aan het begrip aandacht werd gegeven. Niet alleen moest het gaat over de instrumentele betekenis, zoals de aandacht die erop gericht is dat patiënten hun medicijnen op tijd innemen. Ook moest er oog zijn voor “aandacht om de aandacht”, oftewel een soort morele aandacht die geen duidelijk resultaat beoogt. Aandacht in deze brede, interdisciplinaire betekenis was nog nooit empirisch onderzocht. Het ziekenhuis heb ik altijd een fascinerende omgeving gevonden en ik vroeg me af wat er overblijft van deze “aandacht om de aandacht” binnen een instituut dat zo gericht is op de biologische, lijfelijke kant van patiënten.

2. Hoe heb je dit onderzocht?

Ik heb een kwalitatief-empirisch onderzoek uitgevoerd waarbij ik gebruik heb gemaakt van participerende observatie. De dataverzameling vond plaats op de afdeling oncologie van het St. Elisabeth ziekenhuis op de verpleegafdeling, de dagbehandeling en de polikliniek. Ik liep mee met artsen en verpleegkundigen tijdens hun contacten met patiënten, maar ook daarbuiten zoals tijdens de lunch, de overdracht, tijdens intervisiebesprekingen of aan het einde van de dag als we samen een stukje opfietsten naar huis.

“Aandacht is geen extraatje, maar bepalend voor goede zorg”

3. Wat zijn voor jou de meest verrassende bevindingen?

Aandacht wordt vaak opgevat, ook door verpleegkundigen en artsen, als iets waar je aan toekomt als je tijd over hebt. Mijn proefschrift verdedigt de stelling dat aandacht geen extraatje is, maar bepalend voor goede zorg. Alleen door aandachtig te zijn kan blijken wat ertoe doet en waar de zorg op gericht moet zijn. Daarmee is aandacht dus ook echt iets anders dan bijvoorbeeld goede communicatie of patiëntvriendelijke bejegening. Daarbij wordt er namelijk van uitgegaan dat zorg ook zónder dat goed kan zijn.

Wat verder opvalt, is hoe sterk zorgverleners vastzitten in de ziekenhuiscultuur. Als antropoloog weet ik hoe bepalend cultuur kan zijn en daarnaast merk ik zelf ook hoe dwingend bijvoorbeeld de cultuur op mijn werk is. Toch heeft het me verrast hoe sterk structurele factoren verweven zijn met het gedrag van zorgverleners. De aandacht van zorgverleners valt niet samen met hun houding of persoonlijkheid, maar wordt door de ziekenhuiscontext bepaald. De institutionele gerichtheid op de lijfelijke kant van patiënten blijkt bijvoorbeeld uit de protocollen die zorgverleners moeten gebruiken, hun interpretatie van die protocollen, de ideeën die zorgverleners hebben over hun takenpakket en uit ongeschreven regels over hoe je met collega’s moet omgaan.

Toch blijkt de zorgopvatting van een zorgverlener er wel degelijk toe te doen. Als zorgverleners vinden (en dat kan ook onbewust zijn) dat aandacht inderdaad vormgevend is voor goede zorg, en als er daarnaast enige openheid is in de cultuur, kan daarmee een tegenwicht worden geboden aan de institutionele druk.

Dissertatie Klaartje Klaver

Dynamics of Attentiveness

4. Waar sluit je onderzoek bij aan als je kijkt naar waar de zorgethiek in Nederland zich mee bezighoudt?

Net als veel zorgethici ben ik de complexe zorgpraktijk ingegaan en beschrijf ik een aantal patronen die zich daar voordoen. Mijn proefschrift resulteert daarmee in de aanbeveling én in een voorbeeld om de zorgethiek, als politiek-ethische ethiek, empirisch verder te ontwikkelen.

Daarnaast heb ik een voor de zorgethiek relevant concept, aandacht, verdere invulling gegeven vanuit een specifieke zorgpraktijk. Dit biedt een basis voor verder onderzoek naar aandacht.

5. Heb je aanbevelingen voor de praktijk?

Mijn onderzoek laat zien dat als ziekenhuizen of andere zorginstellingen willen werken aan het vergroten van aandacht, zij zich niet moeten richten op individuele zorgverleners, maar dat er naar de bredere context en sociale processen moet worden gekeken. Als alles in je werkomgeving erop gericht is om ziektes te genezen, is het moeilijk om op een vrije manier aandachtig te zijn. Mijn aanbevelingen zijn dus niet alleen relevant voor zorgverleners, maar juist ook voor zorgbestuurders, managers en beleidsmakers.

In mijn proefschrift wordt een handreiking geboden voor de analyse van aandacht in concrete zorgsituaties. Dit kan door zorginstellingen gebruikt worden om met aandacht aan de slag te gaan.

Tegelijkertijd is mijn proefschrift een pleidooi om niet alleen te streven naar meer grip op aandacht, maar ook ruimte te laten voor de oncontroleerbaarheid ervan. Het gaat er dan om aandacht te hebben voor datgene wat zich toont, juist doordat de aandacht vrij en onbepaald is. Dit lijkt in te gaan tegen de regels van de gezondheidszorg, waarin alles maakbaar en controleerbaar moet zijn. Toch blijkt dit een onmisbare component van aandacht en daarom moet er ruimte voor zijn in de zorg.

Op 1 april zal Klaver haar onderzoek ‘Dynamics of attentiveness in care practices at a Dutch oncology ward’ verdedigen.

, , , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie