Top

Morele dilemma's - Reliëf

‘Geld lenen doen we niet’

Als vrijwilliger van het drugspastoraat in Amsterdam gaat Reliëf-stafmedewerker Tjerk Bos voor het eerst op bezoek bij Klaus. De pastor  geeft vooraf het advies: ‘Wij lenen in principe geen geld’. Deze afspraak krijgt betekenis, wanneer één van de eerste vragen van Klaus is: ‘Heb jij wat geld voor mij?’ Tjerk buigt zich in dit artikel over de vraag wie mee doet en wie mee telt bij het maken van een afweging bij morele dilemma’s.

Even voorstellen…

Reliëf-stafmedewerker

Tjerk Bos

Tjerk Bos is sinds januari 2016 stafmedewerker bij Reliëf. Hij werkt in samenwerking met andere partijen aan het ontwikkelen van projecten, symbolen en bijeenkomsten om het samenleven tussen mensen met en zonder verstandelijke beperking te bevorderen. Tjerk probeert mensen te verbinden die deze droom op het oog hebben: een samenleving waar iedereen op een passende manier kan meedoen en meetellen. Integratie en participatie hebben zowel fysieke, functionele als sociale aspecten. Dat laatste staat centraal: ontmoeten gaat niet vanzelf en vanuit de praktijk komen regelmatig morele dilemma’s naar voren. Die cirkelen vaak rond thema’s als vreemdheid en macht (wie is vreemd, wie of wat maakt vreemd?).
In de Nieuwe Koers stond een mooi interview met Tjerk  ‘Verstandelijk beperkten in de kerk’.

‘Geld lenen doen we niet. Dat zorgt ervoor dat je scheve posities krijgt. Het enige dat we soms geven is een pakje sjek. Als vrijwilliger kom je vooral om naar het verhaal van Klaus te luisteren.’ Ik knik, dat klinkt me logisch in de oren. Het zijn de laatste instructies. De pastor lacht me bemoedigend toe als ik de tram in spring, op weg naar mijn eerste afspraak. Vandaag begin ik als bezoekvrijwilliger voor het drugspastoraat.  Ik ga op bezoek bij Klaus, een man van  rond de vijftig. Hij opent de deur, kijkt  me kort aan en praat dan weer verder  aan de telefoon. Hij wenkt me binnen en  wijst naar de bank. ‘Sorry’, zegt hij als  het gesprek na een tijd is afgelopen. ‘Dit  was even belangrijk.’ ‘Geen probleem’,  zeg ik. We stellen ons aan elkaar voor  en praten wat door over een prachtige  bloem die Klaus heeft staan.

‘Wil  je koffie?’ vraagt Klaus. ‘Lekker.’ ‘Heb jij dan wat geld voor mij, dan lopen we even samen naar de supermarkt.’ Dat meen je niet, denk ik lachend. Dat heb ik weer. Koud binnen en kennisgemaakt en nu al uitgedaagd om één van de vrijwilligersregels te overtreden. Ik denk en voel  even hard na, wat zal ik doen? ‘Is goed, je kunt wel wat geld  van me lenen.’ Ik geef hem een tientje. Ik zeg dit gewoon niet  tegen die pastoor.
Onderweg naar de supermarkt zegt Klaus niet veel en ik ook  niet. We genieten van de voorjaarszon. ‘Vind je het goed als ik  nog een paar andere dingen haal? Ik heb vandaag ook nog niet  gegeten.’ Ik knik, maar denk, ‘Mmm, dit gaat uit de hand lopen,  had ik maar naar die pastor geluisterd.’

Deze betekenisvolle ontmoeting kwam tot stand door op het eerste gezicht de regels te overtreden.

In een rechte lijn loopt Klaus naar de afdeling luchtverfrissers. Zorgvuldig zoekt hij hoog boven in het schap een spuitbus lavendel luchtverfrisser á €0,35. ‘Dat ruikt altijd zo lekker fris’. Vervolgens nog een pak koffie en een pak havermout, beiden huismerk.
Ik voel me beschaamd, dit had ik niet verwacht. Dit zijn  Klaus eerste levensbehoeften: een fris huis, wat eten en drinken.Omdat ik gevoelsmatig iets goed te maken heb, wil ik Klaus het wisselgeld laten houden. Maar hij kijkt me indringend aan, alsof ik iets niet helemaal begrijp: ‘Dat wil ik niet.’

Onderweg naar huis zegt hij: ‘Toen jij aanbelde was ik in gesprek. Weet je wie dat was?’ Geen idee. ‘Dat was mijn schulphulpverlener. Zij vertelde mij dat vandaag al mijn schulden zijn afgelost.’ ‘Had je veel schulden?’ ‘Ja, het heeft jaren geduurd.’ Klaus straalt. ‘Daarom had ik geen geld meer, weet je. Ik moest heel zuinig leven.’ Als we thuis zijn drinken we samen koffie. Klaus vertelt over zijn muziek, de zeedijk, zijn leven op straat, de drugs, de  prostitutie, zijn vrouw, haar overlijden, HIV, Oostenrijk, zijn autoritaire vader en over bloemen. Ik luister, terwijl ik een  gebietst sjekkie opsteek.
Jaren later denk ik nog regelmatig aan  deze ontmoeting met Klaus. Inmiddels is hij overleden. Na zijn begrafenis vertel ik het verhaal aan de pastoor. Die moet  glimlachen: ‘Ja, typisch Klaus.’

Betekenisvolle ontmoeting

Nog regelmatig denk ik terug aan deze ontmoeting. Regels zijn goed, maar algemeen. Terwijl elke situatie specifiek, lokaal en concreet is. Durven we tegen de achtergrond van systeemlogica, protocollen en regels in concrete situaties af te wegen wat of wie er in het geding is?  Hoe zou het contact met Klaus zijn geweest als ik geen geld had  uitgeleend? Zou Klaus over de inhoud van zijn telefoontje en  zijn hele verhaal verteld hebben? Hoe zou ik Klaus hebben leren  kennen?
Deze betekenisvolle ontmoeting kwam tot stand door op het eerste gezicht het omgekeerde. De vraag ‘Mag ik geld lenen?’ leek de rolpatronen in de ontmoeting tussen een mens die op straat leeft en iemand die niet op straat leeft te bevestigen. De één vraagt en is afhankelijk, de ander geeft en heeft de macht. Maar in het zoeken naar wederkerig contact zat ik niet te wachten op de bevestiging van deze rolpatronen. Ik zocht juist naar de stem, de verantwoordelijkheid van Klaus in de ontmoeting.

Die vraag om geld, die je tot hulpvrager maakt, bleek een vraag waarmee Klaus andere rollen kon gaan spelen. Het geld faciliteerde Klaus om gastheer te kunnen zijn met koffie, om de verhalenverteller en de leermeester te zijn (ik leerde immers een lesje). De sleutel in wederzijds contact is dat niet alleen de pastor of ik de betekenis van ‘geld lenen’ kunnen bepalen. Want als we dat doen, hindert dat een betekenisvolle ontmoeting tussen de betrokkenen in concrete en nieuwe situaties. Wanneer we de betekenis vooraf hebben vastgesteld, wordt er geen nieuw perspectief ontwikkeld en wordt er geen nieuwe gedeelde betekenis gevonden.

Op het moment dat ik antwoord op de vraag van Klaus: ‘Is goed, je kunt wel wat geld lenen’, doe ik niet op voorhand iets duidelijk goed of verkeerd. Ik weet niet wat er gaat gebeuren, omdat ik daar niet alleen over ga. Klaus en ik kunnen alleen samen betekenis ontwikkelen op ‘geld lenen’. Wij zijn daarin niet volledig vrij, onze eerdere ervaringen en toekomstverwachting rond  ‘geld lenen’ en afhankelijkheid spelen mogelijk een rol. Net als  de context en onze rol, en daarmee mogelijke machtsverhoudingen meespelen.
Toch is er een zekere mate van vrijheid en daarmee onvoorspelbaarheid en ‘niet weten’, waarin wij ons bewegen. In die ruimte kan nieuw en gedeeld perspectief ontstaan. Dat is verweven met  de mate waarin wij op elkaar durven af te stemmen en elkaar een stem durven geven.

Tips

  • Een morele afweging vindt vaak in de actuele situatie plaats, doordat je op dat moment moet handelen. De vraag is hoe dat gebeurt en wie hierin mee mag tellen.
  • Bevraag in concrete situaties de betekenis van bepaaldeafspraken (in dit geval ‘wij lenen geen geld’). Als afsprakenbevraagd worden door degenen die geen stem haddenin het opstellen van de afspraak, ontstaan vaak nieuwebetekenissen op afspraken.
  • Afspraken zijn er niet voor niets. Vaak zit er veel (ervarings-)wijsheid van anderen en organisaties achter. De guldenregel is: afspraken zijn gemaakt voor mensen, en mensenniet voor de afspraak.
Ethiek in de praktijk
In deze rubriek komt een casus uit de dagelijkse zorgpraktijk aan bod waarbij ethiek een rol speelt.
U kunt zelf uw geanonimiseerde casus ter bespreking indienen bij mvermaas@relief.nl.

 

Bron: Zin in Zorg – tijdschrift van Reliëf, juni 2016 p. 10-12.

, , , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie