Top

Consumeren in de GGZ?

Geen contract meer met zorgverzekeraars

Lisette Stok

Lisette Stok

Als eerstelijns psycholoog waag ik de sprong: ik neem géén contracten met zorgverzekeraars vanaf januari 2014. Vanaf die datum verandert het vergoedingensysteem van de zorgverzekeraars voor eerstelijnspsychologen en hun cliënten drastisch. Dit heeft een aantal consequenties  en mijn zorgen betreffen vooral de lange termijn gevolgen. Deze hebben te maken met de voortzetting van het beleid van de afgelopen jaren dat met name bepaald is vanuit de wens tot kostenbesparing door de inzet van het marktwerkingsmechanisme. Nieuw hierbij is dat zorgverzekeraars in toenemende mate  risicodragend zijn en meer bemoeienis met de inhoud van de geleverde zorg willen. Voor steeds minder diagnoses wordt behandeling  vergoed en het aantal vergoedde zorgminuten is dusdanig dat de therapiekeuze beperkt wordt. Feitelijk loont het alleen nog om puur symptoomgericht te werken. De bijbehorende mensvisie is een reductionistische, die vooral goed past in een economisch denkkader: een mens als een verzameling te corrigeren of te vervangen onderdeeltjes. Dit beperkte denkkader beïnvloedt uiteindelijk de wijze waarop mensen zichzelf definiëren in een samenleving. Dit gegeven en het feit dat het hele zorgstelsel gebaseerd is op wantrouwen en controle maakt dat ik een andere keuze maak om vanuit te werken.

Voor mezelf heb ik geprobeerd in beelden-dichtbij-huis te schetsen wat er nu eigenlijk aan de hand is. Omdat het uitgangspunt marktwerking betreft stel ik me letterlijk een marktplein voor met kraampjes met uitgestalde waar van zorgaanbieders (in dit geval GZ-psychologen) en zorgvragers die komen uitzoeken waar ze behoefte aan hebben om dat te kopen. Vraag en aanbod zijn of raken op natuurlijke wijze op elkaar afgestemd. Op de markt is echter een derde partij die de geldstroom beheert en daarnaast steeds meer regieaanwijzingen geeft. Daardoor mogen kraampjes alleen nog leveren aan bepaalde klanten met specifieke diagnoses en die diagnoses worden geregistreerd en verstrekt aan de derde partij. Er is dus een soort bonuskaart en ik vrees voor de privacy van persoonsgegevens. De klanten mogen ook niet zomaar shoppen. Alleen bij geselecteerde kramen die goedgekeurd zijn volgens richtlijnen vanuit bovengenoemde reductionistische mensvisie. Deze geselecteerde kramen worden geacht hun aanbod drastisch te verkleinen en meer en meer bulkproducten voor een scherpe prijs te leveren. En als de budgetplafonds van een kraam bereikt zijn voor eind december, dan wordt deze gewoon gesloten voor de rest van het jaar. Klanten die daar graag hadden willen kopen worden gedwongen naar een andere kraam te gaan. Of te wachten tot het jaar om is. Intussen krijgen de aanbieders in hun kramen na levering van hun product na minimaal een maand of vier betaald. De partij die de geldstroom beheerst houdt bij voorbaat een deel van de beloning achter (15%) en zegt mondjesmaat enkele extra procenten toe wanneer de verkoper specifieke, door hen bepaalde registratiemethoden  hanteert. Daarbij moet de verkoper niet alleen zijn werk goed doen, maar zoveel registreren (vooral niet-inhoudelijk registratiewerk) dat er speciale software voor ontwikkeld wordt omdat het te complex is. De derde partij op het marktplein moet dit geheel goed controleren en beheren en groeit en groeit….

Ik ga nu met mijn kraam op een ander marktplein staan, zonder derde partij. Mijn koopwaar zal volgens de richtlijnen van mijn opleidingen en beroepsorganisaties zijn. Klanten staat het vrij met mij te onderhandelen over wat ze nodig hebben en de prijs die daarbij passend is. Mijn klanten zullen bewuste kopers zijn, die gesteld zijn op hun privacy, op zoek naar precies dát wat ze nodig hebben, wat hen het beste past. Op dit marktplein is nog heel veel plaats. Iedereen is welkom.

Lisette Stok, GZ-Psycholoog

 

 

Bureaucratie in de GGZ

Erik Peeters

Erik Peeters

Ik kan goed snappen wat Lisette Stok beweegt om geen contracten met zorgverzekeraars te sluiten. De huidige ontwikkelingen binnen de gezondheidszorg worden onder andere gekenmerkt door een steeds verder gaande controle op de wijze van behandelen door zorgverleners en pogingen om grip te krijgen op deze beroepsgroep door zorgverzekeraars en overheid. Transparantie is hierbij het toverwoord: de burger heeft recht op informatie over hoe met de publieke middelen wordt omgesprongen en of de uitgaven wel gerechtvaardigd zijn. Ook de wens om meer marktwerking te implementeren in de gezondheidszorg speelt hierbij een belangrijke rol. Marktwerking is immers alleen mogelijk wanneer de consument over voldoende informatie beschikt en op basis daarvan keuzes kan maken. Als vrijgevestigd kinder- en jeugdpsychotherapeut daalt dit beleid op mij neer in de vorm van een toenemende bureaucratie en rompslomp die steeds meer tijd en energie vergt. Mijn stelling is dat dit beleid zijn doel voorbij schiet en belangrijke, ongewenste neveneffecten heeft, en wel op de volgende punten:

– De toenemende controle wordt door veel zorgverleners ervaren als een blijk van wantrouwen, hetgeen de relatie tussen zorgverleners en zorgverzekeraars sterk negatief beïnvloedt.
– Aan de bureaucratische eisen is voor vrijgevestigde zorgverleners steeds moeilijker te voldoen, mits je bereid bent je weekenden (en daarmee een deel van je gezinsleven) op te offeren, of je patiëntencontacten terug te brengen en dus een deel van je inkomen in te leveren. Het lijkt erop dat er wordt aangestuurd op het terugbrengen van kleine praktijken, vermoedelijk omdat het voor zorgverzekeraars moeilijker is grip hierop te krijgen. Maar is dit wel wat de consument wil? Ik krijg juist veel aanmeldingen van patiënten die niet naar de GGZ willen en kiezen voor een meer persoonlijke benadering. In grotere instellingen leidt de bureaucratisering tot een steeds grotere overhead van management en administratie, hetgeen ten koste gaat van daadwerkelijke zorg.
– Zorgverleners worden in hun medisch handelen steeds defensiever: ‘zolang mijn dossier maar op orde is en ik kan aantonen dat ik mij aan de protocollen en richtlijnen heb gehouden kan mij niets gebeuren’. Dit is ook in de media merkbaar. Wanneer er iets mis is gegaan, wordt snel geroepen dat er geen fouten zijn gemaakt. Maar geen fouten maken is iets anders dan goede zorg leveren.
– Het is maar zeer de vraag of de hierboven beschreven inspanningen hebben geleid tot een betere informatie naar de consument, die daardoor beter kan kiezen. De informatie die door de overheid wordt verzameld is dermate complex dat de consument daar vermoedelijk niet veel wijzer van zal worden. Ik krijg nog steeds de meeste verwijzingen van huisartsen die tevreden over mij zijn en via mond op mond reclame. Deze vorm van informatie wordt volgens mij door patiënten nog steeds als meest betrouwbaar ervaren.
– De toenemende bureaucratie maakt onze gezondheidszorg rigide en weinig flexibel. Er worden eerder systemen gevolgd dan behoeften en noden van mensen, waar dan ook steeds minder oog en gevoeligheid voor is. Het is moeilijk dit laatste hard te maken, maar de vlucht van patiënten naar het buitenland is een teken aan de wand.

Natuurlijk zijn niet alle ontwikkelingen slecht. Controle is nodig, we kunnen nu eenmaal niet zonder. Maar de balans is zoek geraakt, we zijn doorgeschoten, en er is nog geen enkel teken dat aan deze ontwikkeling een eind zal komen. Wanneer de gevaren hiervan te laat onderkend worden zal de schade moeilijk te repareren zijn. Genoemde ontwikkelingen zijn uiteraard niet los te zien van een bepaalde cultuur zoals die in onze maatschappij aanwezig is. Alles moet meetbaar en kwantificeerbaar zijn – in al het andere hebben we niet zoveel vertrouwen – en daarop worden we afgerekend. Een atmosfeer die een grote nood aan psychotherapeuten creëert.

Erik Peeters, Psychotherapeut voor kinderen en jongeren

 

, , ,

One Response to Consumeren in de GGZ?

  1. Vanhaverbeke 16 december 2013 at 08:59 #

    Geachte,

    ik ben in het totaal niet akkoord met uw visie….
    Ik woon in Frankrijk en maandelijks worden allerlei para-medici aangehouden en vervolgd voor fraude …..
    Ik vind het wansmakelijk wat sommige hulpverleners durven aanrekenen en iedereen geeft zich uit voor therapeut ….zelfs bvb. in België geven gestalt-therapeuten zich uit voor psycho-therapeut…..waar gaat men naar toe….. het wordt binnen de reguliere zorg nog erger dan bij de kwakzalvers…..
    Hier in het departement le Nord (59) zijn ambulance-diensten, verpleegkundigen en kinés vervolgd voor gastronomische bedragen….en terecht…men rekent consulten aan zonder ze uit te voeren….
    bvb. een vriendin van mij moest op consult naar Prijs vanuit Rijsel met een ambulance-taxi, zij kon even goed met de hoge snelheidstrein (TGV), neen met een ambulance voertuig…..750 euro weg en weer , met de TGV 50 euro…..
    het wordt ook hoogtijd dat patiënten assertiever worden tegenover hulpverleners en hen wijzen op hun ethische manier van werken…
    hoogachtend
    Vanhaverbeke Roger

Geef een reactie