Top

Chef telegraaf

enveloppeMet twee handen zwaait hij enthousiast. Alsof ik aankom in plaats van wegga. De grote glazen schuifdeuren sluiten zich achter mij als een doorzichtig scherm. ik bevind me in het voorportaal van het verpleegtehuis. Voor mij opent zich de weg naar de buitenwereld. Ik kijk achterom en zie mijn vader nog steeds zwaaien. Zijn ogen twinkelen als vochtige sterren die langzaam uitdoven. De koude wind wappert mijn haren door de war als ik naar buiten loop. Nog eenmaal draai ik mij om en zwaai terug. Zoals mijn vader mij vroeger moest laten gaan toen ik het huis verliet, zo moet ik hem nu laten gaan: in zijn eigen wereld die niet de mijne is. Nog niet.

Tot drie jaar geleden was hij een krachtig man. Stond ‘s morgens om acht uur op en deed in zijn pyjama eerst op de grote open zolder zijn gymoefeningen. Vervolgens liep hij elke ochtend een half uur hard door het dorp. Gezond van lijf en leden en erg kwiek voor een 81-jarige. Hij kon niet stil zitten. Was in de weer voor de parochie, bezorgde een maandblad, hield de tuin op orde, stond zijn kinderen bij als dat nodig was, maakte lange wandelingen en fietstochten, en genoot zo van het leven.

Langzaam maar zeker begon de leeftijd zijn tol te eisen. Herinneringen bleven steken in gedachten. Ons laatste diepgaande gesprek was oudejaarsavond 1999. Voor iedereen de afsluiting van een millennium. Voor ons, nu bezien, de afsluiting van een leven onder de levenden. Wat moest er gebeuren als zijn leven hem ging leiden in plaats van dat hij het leven stuurde?

“Doe wat je goeddunkt voor mij. Daar vertrouw ik op.”

Als een dief in de nacht sloop meneer Alzheimer zijn leven binnen. Stiekem verstopt hij herinneringen, bergt woorden op in laatjes die niet meer opengaan, rukt zinnen uit hun verband en maakt orde tot chaos. Telkens opnieuw komt hij terug om zijn verwoestende werk voort te zetten. Mijn vader vocht tegen het doodmaken van zijn levende taal, zijn levende herinneringen. Hij vond omwegen en benoemde het onnoembare als apparaat. Als het gras gemaaid moest worden, deed hij dat met het apparaat. Maar ook als zijn kam kwijt was kon hij het apparaat niet vinden. En als het schilderij aan de muur scheef hing, moest het apparaat weer recht worden gehangen. De apparaatperiode duurde niet zo lang. Ook het apparaat werd opgeborgen in een onvindbaar laatje. Nu werd alles benoemd met chef of chef telegraaf: gedurende lange tijd in zijn leven zijn functie bij de PTT.

Thuis begon de situatie steeds moeilijker te worden. Een broek aandoen kon verzanden in een poging de armen en het hoofd door de pijpen te wurmen. Brood probeerde hij met een lepel te besmeren en vervolgens te beleggen met thee. Mijn moeder werd gaandeweg van echtgenote tot fulltime verzorgster. Van de ene op de andere dag verdween het leesvermogen van mijn vader. Letters waren geworden tot niet te definiëren tekens. De krant was geen informatieverschaffer meer, maar een dood stuk papier.

Inmiddels ging mijn vader twee dagen per week naar de dagopvang van het verpleegtehuis. Als hij aan het eind van de middag weer thuiskwam, wist hij zich niets meer van de hele dag te herinneren. Namen kon hij niet meer onthouden, gezichten niet meer herkennen. Alleen zijn vrouw en kinderen waren voor hem mensen die bij hem hoorden. En als je vroeg hoe ze heetten, waren ze allemaal chef telegraaf.

Uitbreiding van de dagopvang bood niet de oplossing die voor hem het beste was. Uiteindelijk leidde zijn verdere achteruitgang tot definitieve opname in het verpleegtehuis.

Het leek zo eenvoudig: breng je vader naar de plek waar hij op zijn niveau kan functioneren in een beschermende omgeving. Het was zo moeilijk. Je neemt een beetje afscheid van iemand die uit jouw wereld vertrekt en er vanachter gesloten deuren naar kijkt. De band met het leven, die toch al aan het rafelen is, wordt weer een stukje verder kapot getrokken. Het afscheid nemen is zoiets als een pleister langzaam lostrekken, millimeter voor millimeter. Een schrijnende voortdurende pijn. Hoe lang is de pleister?

Als ik voor het verpleegtehuis sta en geduldig wacht tot de schuifdeuren mij toegang geven tot de andere wereld, denk ik terug aan mijn grootouders. Ook zij brachten hun laatste levensfase door in het schemergebied van het leven, waar zij werden bezocht door mijn vader.

De grote glazen schuifdeuren sluiten zich achter mij als een doorzichtig scherm. Ik bevind me in het voorportaal van het verpleegtehuis. Voor mij opent zich de weg naar de andere wereld. Ik loop de gang door en zie aan het eind mijn vader aan komen schuifelen. Zijn blik ontmoet de mijne.
“Nee maar, wie had dat gedacht? Buitengewoonl De chef. Dag mevrouw!” Zijn ogen beginnen te twinkelen als vochtige sterren. En niet alleen de zijne.

George Bootsma
Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie