Top

brandslang

Brandslang

We eten bij vrienden, zelfgemaakte pompoensoep en bleekselderij met banaan. De tafel is mooi gedekt, kaarsjes branden, katten lopen in en uit. Alles is gemoedelijk totdat mijn vriendin over haar werk begint te praten.

Ze is namelijk laatst op het matje geroepen bij haar baas. Ze werkt al bijna 30 jaar in de thuiszorg maar dit is de eerste keer dat ze een reprimande krijgt. Ze is er vol van.

Brandslang

Op de fiets moet ze in een ochtenddienst bij twaalf bejaarde mensen langs waarvan ze er vijf moet helpen met douchen. De meesten wonen bij elkaar in een verzorgingstehuis, een paar wonen buitenaf, daar moet ze heen fietsen. Ze krijgt een krappe vier uur voor het douchen en andere verzorgende taken voor allemaal, en dat lukt haar niet. Ze zegt: ‘Ik kan toch niet zo naar binnenlopen, zeggen dat ze zich uit moeten kleden, helpen met douchen en weer weggaan? Ratsj roetsj. Die mensen willen een praatje maken, ik moet ze soms op hun gemak stellen. Het zijn toch geen dingen?’

Ze heeft geprobeerd dit aan haar baas uit te leggen maar dat lukte niet goed.

Zij moest huilen en haar baas werd boos, zei ze. Ze heeft nu de opdracht gekregen om sneller te werken maar ze kan en wil dit niet. Ze is jaren geleden de zorg ingegaan omdat ze graag met mensen werkt, omdat ze wil ‘zorgen’. En nu, nu moet ze dus ‘fabriekswerk’ verrichten. En daar moet ze bijna weer om huilen.

Ik ben er even stil van. De rest ook. Dan zegt haar vriend: ‘Maar het kan wel hoor. Gewoon allemaal bij elkaar in een doucheruimte zetten en de brandslang erop.’

De associatie met andere kwetsbare mensen die naakt gegroepeerd gedoucht worden dringt zich aan mij op. Ik krijg er kippenvel van. Na de brandslang kregen ze een andere douche. Mijn dochter(tje) roept verontwaardigd: ‘Het zijn geen tomaten in een vergiet!’

Praatje

Een kat springt onverwacht bij haar vriend op de schouder, we moeten even lachen. Dan vertelt zij dat ze wel een praatje blijft maken met de bejaarde cliënten waar zij voor werkt: ‘De zorg kan niet zonder’. Maar ze is extra hard gaan fietsen, harder dan ze hebben kan. Ze is doodop en drie kilo afgevallen. Ze denkt dat ze dit niet vol kan houden.

‘Het zijn geen tomaten in een vergiet!’

Ik vraag mij af hoeveel zorg mensen nodig hebben. Kunnen we daar een uitspraak over doen? Er zijn meetsystemen en andere inschalingsmodellen, maar hoe verhouden deze zich tot ‘echte mensen’? Veiligheid lijkt mij een basisvoorwaarde voor goede zorg, en dat zit deels in contact. Ook in mijn kwetsbaarheid wil ik mens blijven en gehoord worden, gezien. Dat praatje is o zo belangrijk.

Zonder praatje wordt het eenrichtingsverkeer, de wederkerigheid verdwijnt.  Als ik mij niet meer zelf kan douchen wil ik geen tomaat in een vergiet worden. Het benauwt mij enorm.

Afstemming

Uiteindelijk verliest iedereen in het verhaal van mijn vriendin. De mensen die aan thuiszorg zijn overgeleverd worden behandeld als product. De mensen die deze ‘zorg’ leveren raken ontgoocheld en gaan stuk. En de mensen die er nu even dik aan verdienen, ik verwacht dat ze van de koude kermis thuis zullen komen.

Weinig hoopvol over de toekomst denk ik nog na over haar verhaal. Durf ik zelf nog wel oud te worden? Niet op deze manier. En het kan in het leven zomaar ineens anders gaan dan verwacht. Ik vraag mij af of de baas van mijn vriendin hier wel eens over nadenkt. Maar misschien moet zij eerst zelf afhankelijk worden om te ervaren dat zorg meer is dan een handeling zoals snel douchen, maar dat het gaat om een ontmoeting waarin je elkaar ziet en afstemming zoekt. Wat heeft die ander nodig en wat kan ik betekenen om de noden van de ander te helpen vervullen? Zorgen waarin het alleen gaat om het verrichten van handelingen is onrechtvaardig. En voor die positie durf ik te staan!

, ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie