Top

autopech

Alweer autopech

Natuurlijk is het een beetje dom om zonder telefoon van huis te gaan, maar ik ben nu eenmaal nog van de postpapiergeneratie. Als dan ook verschillende lampjes gaan branden op mijn dashboard, en daarna alles uit gaat zit ik in een lastig parket. Ik sta stil op een onveilige plaats op een drukke weg zonder echte vluchtstrook. Gelukkig is er sprake van filevorming en rijden al die auto’s stapvoets langs, mooi in een boogje langs mij heen. Want ja, ik sta wel in de weg. Wanneer ik genoeg moed heb verzameld besluit ik maar om zo’n langzame passant te ‘mimen’ of ik even mag bellen. Met knipperlichten en een universeel telefoongebaar zoek ik de aandacht van voorbijgangers. Je valt wel op hoor, als een ‘damsel in distress’, al mimend in het verkeer. Maar mensen kijken van mij weg als ik contact zoek.  

Twee jonge jongens draaien wel hun autoraampje open en ik loop al pratend een beetje mee. Maar ik mag geen telefoon van ze lenen om de pechhulp te bellen want ze moeten naar school. Tja, ze zijn nog jong, denk ik dan maar, en snappen wellicht niet dat dit een probleem is dat snel opgelost moet worden. Niet alleen voor mij, maar voor de algemene veiligheid. Ik had haast niet op een beroerdere plek kunnen stranden. Als je niet oplet zit je er zo achterop.  

De tweede auto waarbij het raampje omlaag gaat is van een bekend oranje-wit concern dat post bezorgt. Maar de twee inzittenden, ruimschoots ouder dan jong, willen ook niet even stoppen om mij te laten bellen. Ze hebben een afspraak zeggen ze en kijken al van mij weg. En ze gaan (ook al) verder. 

Nog vele auto’s passeren. Ik moet denken aan verschillende ethiekonderzoeken waarbij de uitkomst steeds is dat wanneer mensen haast hebben, ze minder geneigd zijn om ethisch te handelen. Dat klinkt al logisch, maar deze kleine steekproef bevestigt dat voor mij. Ik besluit er bij mijzelf op te blijven letten dat ik toch niet zo behoor te handelen, ook niet als ik haast heb. Onderhand blijf ik mimen en er stopt een auto. Een Arabische (dit wordt later ter zaken doende) meneer laat mij bellen en helpt mij op die manier erg uit de brand. Nu weet ik dat er hulptroepen onderweg zijn.  

Ik zit nog een tijdje op de vangrail en tuur in de richting van waaruit ik de sleepauto verwacht, die is geel, want helaas ben ik bekend met sleepauto’s. Ik zie echt heel veel gele auto’s, ook van een ander concern dat post bezorgt. Ik betrap mij erop dat ik bedenk dat ik voortaan misschien liever voor het gele concern kies als ik iets moet verzenden, dan voor het oranje-witte. Maar ik verwijt mijzelf meteen weer dat ik niet wraakzuchtig behoor te zijn.  

Dan komt de sleepauto. De chauffeur kent mij nog. Dat is meestal geen goed teken. Als we onderweg zijn hoor ik op de radio dat er hele schokkende terreuraanslagen gepleegd zijn. Daarna hoor ik een politicus zeggen dat alle grenzen dicht moeten. En ik denk terug aan de meneer die mij wel liet bellen naar de pechhulp. Wat ben ik blij dat hij er was.  

Wat is ethiek in tijden van stress? Of het nu gaat om het bewust negeren van ‘damsels in distress’, het boycotten van een heel concern postbezorgers omwille van één slechte ervaring, of het sluiten van grenzen voor vluchtelingen naar aanleiding van een extreem bloedbad (vluchten deze mensen niet voor hetzelfde soort mensen als die dit bloedbad aanrichtten?). Hoe behoren we eigenlijk met elkaar om te gaan? Wanneer verliezen we ons mededogen met anderen? Is daar ooit een goede reden voor? Ik heb geen antwoorden.  

Swanny Kremer 

, , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie