Top

Inge van Nistelrooij

Wat we als samenleving van de zorg kunnen leren

Onze samenleving

Wat betekenen deze richtingwijzers voor de inrichting van onze samenleving? Wat kan onze samenleving leren van deze richtingwijzers van de zorg? De doelen van zorgen wijzen ons een richting: het gaat om anderen.

We leveren in onze samenleving vrijheden van onszelf in, ten behoeve van een goed samenleven voor ons allen. We hebben bijvoorbeeld de vrijheid om onszelf gewapenderhand te verdedigen, ingeleverd en het privilege van wapengebruik beperkt tot onze politie en het leger. Daarmee is onze samenleving veiliger geworden.

Bij zorgen ligt er meer overlap tussen wat we zelf doen en wat we van de overheid verwachten. Maar net als bij veiligheid ligt het doel vast: degene die het nodig heeft, dient ondersteund, geholpen, verzorgd te worden. Een naaste die deze zorg verzaakt, is net zo goed immoreel bezig, als een overheid die deze zorg verzaakt.
Sommige zorg gaat de draagkracht van de naasten te boven. Daarvoor hebben we instituties ingericht: zij mogen en moeten in staat worden geacht om deze zorg te leveren. Het doel is duidelijk: het goed van hen die het nodig hebben. Daarbij past het niet om de ander te wantrouwen. Het past om oog te hebben voor noden, om je te laten raken, om niet blindelings systemen in te voeren of om te bouwen, voorzieningen te schrappen, en mensen tussen de wal en het schip in te laten vallen.

De praktijken van zorgen wijzen ons als samenleving op het belang van collectiviteit. Het serieus nemen van de vele spelers en collectieven die samenwerken. Het verlagen van de schuttingen tussen die spelers in plaats van het over de schutting gooien van verantwoordelijkheden. Het samenbrengen van partijen, in plaats van hen tegen elkaar uit te spelen.

En daarbij speelt schaalgrootte een rol: als je alleen kijkt naar de schaal die past binnen jouw eigen scope, dan richt je je alleen op het schakeltje in de keten waarvoor jij verantwoordelijk bent. Terwijl je je gezamenlijk zou moeten inspannen voor de hele keten, omdat die immers zo sterk is als de zwakste schakel.
We zouden als samenleving ons in moeten spannen om na te denken over de schaal van het hele leven van een persoon. Dat brengt in beeld dat ieder mensenleven een schaal heeft, waarbij het begin én het eind horen. Dat het erom gaat om niet met de rug naar het levenseinde te gaan staan, maar dit méé te denken, als het gaat over dit ene mensenleven. ‘Living up to death’, noemde Paul Ricoeur dat. Leven met het gezicht naar de dood toe, deze in het gezicht durven kijken, misschien uiteindelijk zelfs wel als onvermijdelijk durven verwelkomen.
En ook de schaal van onze samenleving als geheel dienen we te denken. Waar moet het zwaartepunt van ons samenleven liggen? Is dat ‘ieder voor zich en al dan niet God voor ons allen’? Of is dat samen delen, van geluk, rijkdom en van smart? En hoe zou dat eruit zien als we dat nou eens op wereldschaal denken?

Immers, ook op de schaal van ons werelddeel, met de grenzen waaraan mensen lijden, en op wereldschaal, hebben we het verdrietig zijn met hen die lijden opgedoekt. Dat maakt ons als samenleving hardvochtig. Dat maakt dat we tegen een meisje in psychische nood zeggen dat ze tot januari moet wachten; dat maakt dat we iemand die thuis zit, niet meer mee laten spelen in de film van ons leven; dat maakt dat we zieken en lijdenden aan de zijlijn zetten of laten staan, hen houden aan de criteria en terechtwijzen als ze meer dan het minimale vragen; dat maakt ook dat we het leed van mensen ver weg aankunnen. Maar onze opdracht als mens is om onze lijdende medemens niet af te schrijven, maar om smart te delen, door hun leed geraakt te worden, en hen liefdevol te herscheppen als mens.

Tot besluit geef ik u een inspirerend citaat mee, over ‘gedeelde smart’ als grond voor samenleven. Het is van de Franse filosoof Emmanuel Housset. Ook als filosoof heeft hij zich laten inspireren door Bijbelse woorden, die een scherpe scheiding maken tussen handelen zonder en met mededogen.

Mededogen hebben is lijden voor de ander, het is zaaien in tranen, en de zaden van mededogen zijn het fundament van iedere ware gemeenschap. Zij die niet lijden met de hongerigen aan wie ze brood geven, zij die niet rouwen om de doden die ze begraven, handelen met minachting en niet met mededogen. Er is geen neutrale plaats tussen minachting en mededogen.3)Emmanuel Housset, L’intelligence de la pitié. Phénoménologie de la communauté. Paris, 2008, vert. IvN

Ik hoop dat deze woorden, dat de zaden van mededogen het fundament zijn van iedere ware gemeenschap, een leidraad mag zijn, bij de keuze die we bij verkiezingen en steeds opnieuw maken voor de samenleving die we willen zijn.

Referenties   [ + ]

, , , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie