Top

Inge van Nistelrooij

Wat we als samenleving van de zorg kunnen leren

Signalen

In de tweede stap betoog ik dat zorgen ook niet meer altijd zo georganiseerd is dat ze voldoet aan haar eigen kern. Zorgethica Joan Tronto heeft al in 2010 een artikel geschreven over de ‘zeven signalen’ waaraan je slechte zorg binnen instituties kunt herkennen.1)Joan C. Tronto (2010) Creating Caring Institutions: Politics, Plurality, and Purpose, Ethics and Social Welfare, 4:2, 158-171, DOI: 10.1080/17496535.2010.484259 Ik noem er u drie:

  • dat zorg wordt gezien als een product, niet als een proces;
  • dat zorgontvangers worden uitgesloten van besluitvorming, omdat zij geen expertise hebben;
  • dat zorgverleners de eisen die de organisatie stelt eerder als hinderpalen ervaren dan als ondersteunend voor zorg.

Dit zijn inderdaad belangrijke signalen, die we kunnen herkennen in een verhaal dat gaat over dwang, namelijk de vaak onbewuste, maar wel aanwezige dwang van systemen.

In het artikel waarop ik me hier baseer gaat het over één dwingend systeem, maar naar mijn idee is dit verhaal ook te extrapoleren naar andere systemen, of het nou om medicijndistributiesystemen, intakesystemen, beoordelingssystemen, criteria en maatstaven of protocollen gaat. Het gaat, kortom, om de dwang van standaarden, opgelegd door systemen, die een intermenselijke benadering in de weg zitten.

Rankin en Campbell zijn in ziekenhuizen in de zalen gaan zitten waar patiënten werden verzorgd en observeerden hoe verpleegkundigen handelden. Daar speelde zich het volgende tafereel af, in de volgende casus.

‘Harry, 68 jaar, na de heupoperatie’:

Verpleegkundige: “Hoe gaat het?”
Harry: “Ik heb hoofdpijn, ik denk dat ik mijn hoofd gestoten heb.”
Vp loopt naar de elektronische apparatuur achter het bed en lacht meelevend.
Vp: “Oh…. (ha ha). Maar hoe gaat het met de heup; hoeveel pijn heb je op een schaal van 1 tot 5?”
Harry: “O, dat gaat wel, ongeveer een 2.”
Stilte, terwijl de vp de bloeddruk, temperatuur en zuurstofopname opneemt.
Harry: “Ik ben blind in mijn rechteroog. Ik heb ongeveer anderhalf jaar geleden een beroerte gehad.”
De vp doet de stethoscoop in haar oren en plaatst hem op Harry’s borst.
Vp: “O jeetje. Haal diep adem.”
De vp is klaar met luisteren naar de ademhaling en gaat nu naar Harry’s voet.
Vp: “Wiebel eens met je tenen? Kun je dit voelen?”
De vp voelt de hartslag in de voet. Dit wordt allemaal heel zorgzaam gedaan, zachtjes en met (glim)lachjes aan beide kanten. Als de vp de kamer uitloopt, blijkt er een andere ‘participant’ te zijn geweest in deze praktijk: het computersysteem op wieltjes, op de gang. Daarin gaat ze nu al haar metingen en gegevens invoeren; het invoeren van informatie is deel van haar werk.

Een oppervlakkige observatie zou zijn dat de verpleegkundige binnenkomt om controles te doen. Ogenschijnlijk gaat zij daarbij naar de patiënten toe, groet de patiënt, maakt een praatje, terwijl ze ook wat dingen noteert. Maar nauwkeuriger observatie leert, dat die praatjes boodschappen van Harry, de patiënt, bevat, en uit beleefde antwoorden van de verpleegkundige, maar dat zij niet op Harry’s boodschappen ingaat. Opvallend is ook dat die boodschappen niet leiden tot een handeling.

Beter kijkend, blijkt dan dat er een derde speler in het veld staat, of beter: net daarbuiten. Dat is de computer, op een karretje net buiten de zaal. Die computer had haar instructies gegeven over wat ze moest meten, moest nagaan, aan gegevens moest verzamelen om deze op de gang weer in te voeren in de computer. Het effect, en daar gaat het om, van deze derde speler is, dat de patiënt eigenlijk niet meer meetelt. Wat Harry te melden heeft aan nieuwe gegevens, wordt niet echt opgevangen, want datgene wat de computer wilde weten was leidend voor de verpleegkundige. Het volgen van de in de computer reeds ingevoerde gegevens stuurde haar aan.
Haar ruime ervaring met patiënten, haar klinische blik, haar betekenisvolle omgang met de patiënt, wordt weggedrukt door de noodzaak om heel precies en nauwkeurig datgene te volgen wat reeds in het systeem was genoteerd.

We kunnen ons voorstellen dat het voor Harry pijnlijk was, en dat hij zich niet gehoord, gezien en erkend voelde. Hij was feitelijk gereduceerd tot bron van informatie die paste (!) binnen het systeem. De verpleegkundige werd door het systeem zodanig aangestuurd dat ze niet meer goed keek, luisterde, of inging op wat de patiënt aangaf.

, , , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie