Top

Comfortroom in een kliniek

1op1-teams verbeteren de dwangzorg

In de omgang met dwang binnen GGZ-instellingen zoals het separeren, afzonderen of insluiten van cliënten, wordt gezocht naar nieuwe manieren om deze dwangbehandelingen zoveel mogelijk te voorkomen. Al zo’n tien tot vijftien jaar staat dit bij GGZ instellingen hoog op de agenda. Daarbij heeft de inspectie (IGZ) als slogan “een zieke patiënt laat je niet alleen”, wat duidt op een relationele nadruk van de inspectie.

Binnen GGZ-instelling Inforsa is men zich bewust van het belang van de relationele component en werkt men vanuit een zorgethische visie. Dit komt onder andere tot uiting in het feit dat er 1op1-teams in de organisatie werkzaam zijn om betrokkenen bij dwang relationeel te ondersteunen. Zorginnovator Petra Schaftenaar en coördinator Minco Ruiter hebben een evaluatie-onderzoek gedaan naar de werking van deze 1op1-teams binnen Inforsa. Zo spreken Schaftenaar en Ruiter niet over dwangvermindering, maar over dwangzorg.

Zorgrelatie

Uit ander eerder gedaan onderzoek blijkt dat “er een relatie bestaat tussen de interactie tussen medewerkers en cliënten en agressie-incidenten”. Dwangzorg zet dan ook in op de relatie tussen zorgverlener en zorgontvanger. Afstemming, nabijheid en herstel van contact na een incident zijn voorbeelden van waarden die centraal staan ter verbetering van de zorgrelatie.
In het artikel ‘1op1-teams verbeteren de dwangzorg’ van Schaftenaar en Ruiter in het nieuwe tijdschrift ‘Nurse Academy GGZ‘, wordt meer hierover uitgelegd.

Dwangzorg zet in op de relatie tussen zorgverlener en zorgontvanger.

Presentietheorie

“Inzichten uit de presentietheorie waren een belangrijke kern die ons geholpen hebben om het succes van de werking van de 1op1-teams te verklaren”, vertelt Schaftenaar. “Bij het onderzoeken van de werkzaamheid (hoe komt het nou dat het soms lukt en soms ook niet?) konden we ons (vooraf onverwacht) laten helpen door de theorie van de latende en makende modus uit de presentietheorie.”

“De 1op1-begeleiding werkt goed, als de werkers de latende modus kunnen aannemen. Dan hebben ze maximaal ruimte om aan te sluiten bij de cliënt, diens perspectief centraal te zetten en de relatie aan te gaan. Als de 1op1-werkers gaan ‚maken’ (wat vooral zichtbaar is in hun samenwerking met de teams) wordt het veel moeilijker. Dan zetten ze niet de ander of de relatie centraal, maar eerder hun eigen doelen, wensen of ervaringen waardoor de aansluiting niet goed tot stand komt. Dat beïnvloedt vervolgens de kwaliteit van de zorg negatief. ”

Petra Schaftenaar

doet promotieonderzoek naar de waarde en betekenis van relationele zorg in de forensische psychiatrie en verwacht dit tegen het einde van 2017 af te ronden. Schaftenaar onderzoekt relationele zorg op klinische afdelingen van een Forensisch Psychiatrische Kliniek: hoe ziet die zorg eruit? Daarnaast wordt de waarde en betekenis van deze zorg voor de patiënten die het ontvangen hebben en de medewerkers die het geven onderzocht. Tot slot doet Schaftenaar een recidivestudie; de uitkomstmaat van de forensische psychiatrie. Is er iets te zeggen over de strafrechtelijke recidive na het ontvangen van deze zorg?

Download het volledige artikel ‘1op1-teams verbeteren de dwangzorg‘.

Bron: Nurse Academy GGZ, editie 1, 2016.

, , , , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie